Vragensteller

sinterklaas

Sinterklaas is dus weer in het land. Gelukkig maar omdat het zorgt voor weer een categorie nieuwe vragen van zoon (6 jaar, drie maanden en een paar dagen) die met zijn hoofd schuin en zijn ogen in de wolken (zijn nadenkstand) een geheel eigen idee heeft over Sinterklaas. Zo denkt hij zeker te weten dat de Sinterklaas die op school komt ‘de echte’ is en de Sinterklaas op televisie een soort van hulpSinterklaas. Daarnaast heeft hij een oplossing, mocht Sinterklaas het tijdelijke voor het eeuwige verwisselen door dood te gaan. ‘Dan gaan we elkaar toch cadeautjes geven!’ is zijn even simpele als voor de hand liggende voorstel. Hij moest eens weten.
En ja, er komen hele kleine haarscheurtjes in zijn geloof. Nu zijn ze nog te dichten, de scheurtjes en soms wil ik ze wat groter maken maar gelukkig houd ik me in en spelen we het spel natuurlijk nog mee.
Hij is zo nieuwsgierig als elke zoon van zes jaar, drie maanden en een paar dagen. Doet me denken aan Koos, bij mij op school: nieuwsgierigaard eerste klas… en vragensteller van beroep.

Elk kind is nieuwsgierig. Dat is de basis voor elke les: maak een kind nieuwsgierig en je krijgt het voor elkaar om kennis over te dragen. Een oude sok wordt een handpop; een praatplaat die met de achterkant naar voren voor het bord hangt (wat zal er deze keer op de plaat te zien zijn?); het nog niet mogen openen van een boek: alles is er op gericht om nieuwsgierigheid op te wekken. Elk kind wil meer weten, wil leren. Elk kind wil weten wat er achter de gesloten deur verborgen is. Maar soms leidt nieuwsgierigheid wel tot een heel vreemd, geweldig gesprek op een maandagmorgen zo tegen half negen.
‘Meester, wat doe je?’, vraagt Koos als ik met een bezem naar buiten loop.
‘Ik loop met een bezem naar buiten.’
‘Ja, ha ha, dat zie ik ook.’
‘Mooi.’
‘Maar wat ga je doen dan?’
‘Oefenen voor majorette. Oefenen om de stok op mijn vinger te laten staan eigenlijk.’
‘Ja ja.’
‘Dan niet!’
‘Waarom dan?’
‘Ze hebben me voor het Russisch staatscircus gevraagd.’
‘Oh.’
Koos weet geen vraag meer te bedenken. Hij loopt me achterna naar buiten.
Ik veeg het zand van de stoep.
‘Het was wel smerig hè?’
Ik kijk hem aan en knik.
‘Moet je bij het circus ook zand vegen?’
Ik kijk Koos verbaasd aan.
‘Ja, de hele piste moet geveegd worden. Elke dag maar weer.’
‘Dat kun je wel goed hè meester?’
‘Kun je wel zeggen. Dat heb ik hier wel geleerd.’
‘Als ik bij het circus wil werken, moet ik dan eerst ook leren vegen?’
‘Ja zeker.’
‘Moet ik dan ook eerst meester worden, meester!’
‘Ja.’
‘Dan kom ik nooit van mijn leven in het circus terecht.’
Hij kijkt me guitig aan van onder zijn bril.
‘Wat wil je later worden dan?’
‘Vragensteller!’
‘Vragensteller?’
‘Ja, dan hoef ik nooit meer antwoord te geven.’
De hele maandag ben ik van slag af. Vragensteller. Gunst, vragensteller. Als ik Koos later die dag tegenkom als hij in het halletje naar de wc’s loopt glimlach ik.
‘Dag vragensteller.’
‘Hoi meester veger van het circus.’

 

Heb je mijn gratis laatste roman al gedownload?
Inmiddels weet ik van drie downloaders dat ze m (as I write) aan het lezen zijn.
Een eerste reactie: “ben onder de indruk hoe je het hebt beschreven: opgesloten zitten in jezelf…”

http://www.jeltevanderkooi.nl/friso/

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *