onderwijs = ja, en…

telJa, maar…
Deze week trof ik drie leerkrachten die zich bedienden van gelegenheidsargumenten. Bij alles wat ik zei ter inspiratie begonnen ze met ‘ja, maar…’
Kern van de ‘ja, maar…’ beweringen waren argumenten die te maken hadden met ‘anderen’; ‘cito’; ‘de inspectie’; ‘mijn directeur’; ‘de verantwoordingslast’.
Ik vroeg: wat heb jij nodig?
Volgens mij denken ze nu nog na over het antwoord op die vraag.
Wat ik zeker weet is dat ze inspiratie nodig hebben. Ik durf te stellen dat ze veel kunnen leren van de ‘ja, en…’ aanpak van onderstaande meester!

Kapitein Eenoog Sjek, kapitein Haak en kapitein Zonder Naam staan op de uitkijk. Ze overzien vanaf hun plek op het speeltoestel, voor deze gelegenheid omgedoopt tot piratenschip, het hele schoolplein. Eigenlijk zijn het Paul, Ronald en Jan uit groep drie maar ze gaan zo op in hun speelkwartierspel dat ze zichzelf een andere naam hebben gegeven. Piratenkapitein “Eenoog Sjek”heeft een speelgoedpapegaai bij zich. Vanmorgen waarschijnlijk van huis meegenomen. Daar was het een gewone huis, tuin en keuken speelgoedpapegaai maar hier is het opeens de meekijkende, iedereen uitscheldende naprater. De bontgekleurde papegaai zit bij Eenoog Sjek op de schouder en kijkt mee over de wijde zinderend zoute wereldzee. De kinderen die op het schoolplein lopen zijn de vliegende vissen die zo nu en dan boven het water uitkomen, de andere speeltoestellen zijn eilanden die net boven het zilte nat uitsteken. Onbewoonde eilanden waar ze wel naar toe willen met hun piratenschip, misschien wel om een schat te begraven of juist te vinden. Ze joelen en roepen naar de vliegende vissen en drentelen zenuwachtig om zich heen aan dek van hun zeeschuimerschip. Dan kom ik er aan gezwommen. Ik kan tegen de stroming in net bij de ladder naar het piratenschip komen.
,,Mag meester Jelte wel boven komen?”, vraagt Eenoog Sjek.
,,Tuurlijk wel, hij is ook de baas”, zegt de kapitein Zonder Naam.
Zo mag ik aan boord komen waarop Kapitein Haak mij het schip laat zien. Ik kijk goed rond maar besluit dan weer een eindje te gaan zwemmen.
,,Pas op voor de haaien!”, roept Zonder Naam. Ik kijk om me heen en zie ze niet.
,,Waar dan?”, vraag ik.
,,Daar!”, krijst kapitein Haak.
,,Kom op jongens, we gaan meester redden van de haaien”, oppert kapitein Zonder Naam.
De kaperkapiteins verlaten alle drie hun schip en komen zwemmend naar me toe. Ze grijpen me beet en sleuren me in de richting van hun boot. Als ze me de trap op hebben gezeuld kijken ze trots naar elkaar en naar mij.
,,Zo hebben we je mooi van de haaien gered hè?”, zegt Haak.
,,We hebben meester gered, we hebben meester gered”, zingschreeuwt Zonder Naam.
Alleen kapitein Eenoog Sjek doet niet mee in het feestgedruis. Hij kijkt om zich heen en tuurt over het onstuimige water.
,,Mijn papegaaiehaai is verdwenen”, roept hij naar iedereen.
,,Ik ben mijn papegaaiehaai kwijt.”
Tijdens de “red-meester-van-de-haaien-actie”, is de papegaai weggevlogen van Eenoog Sjeks schouder en in het water terecht gekomen. Met gevaar voor eigen leven ren ik de trap af, zwem tegen de stroom in, grijp de papegaai voor een aanstormende haai uit het water en breng de papegaaie drenkeling veilig terug bij zijn baasje. Zo helpen we elkaar in deze boze zeeroverswereld en schrikken op als juf droogjes roept dat we naar binnen moeten. De papegaai verdwijnt met de fantasiewereld weer voor even in een donkere jaszak als we ons zwemsjokkend door de zee naar de schooldeur bewegen.

Waarom ik dit schrijf?

http://www.jeltevanderkooi.nl/brief-uit-mijn-hart/

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *