meester Korneel: pyjama

’Slecht geslapen, meester?’, vroeg Mees. Meester Korneel gaapte zijn kaken wagenwijd uit elkaar. ’Mwaah, slecht? Wat is slecht?’, vroeg meester terug. ’Nou, gewoon. Dat je niet slaapt omdat je wakker ligt of zo’, zei Mees. ’Of dat je wakker wordt doordat je een nachtmerrie hebt gehad’, zei Henke. ’Of dat er lawaai in de straat was terwijl je probeerde te slapen’, zei Elle Mieke. ’Ha, zo. Nee, daar heb ik geen last van’, zei meester Korneel en hij gaapte nog een keer wagenwijd. ’Ik lig niet vaak zo maar wakker, ik heb geen nachtmerries en in mijn straat is er nooit lawaai. Waarom vraag je dat eigenlijk, Mees?’, vroeg meester. ’Ach, zomaar’, mompelde Mees. ’Zo maar?’, vroeg meester en hij gaapte weer een keer. ’Nou ja, je gaapt zoveel en zo heel erg diep’, zei Mees. ’Ha, dat is een mooi. Diep gapen. Wat moet ik me daar bij voorstellen, bij diep gapen?’ ’Nou, gewoon. Dat je je mond zo ver open hebt. En dat ik zo diep in je mond kan kijken dat ik je tenen zie wiebelen. Zo diep gaap je dus.’ Meester keek naar zijn voeten. ’Hmm… oeps… waar heb ik mijn schoenen gelaten?’, vroeg hij aan zichzelf. ’Zo kwam je de klas in, meester. Om drie over half negen, toen wij allemaal al zaten’, zei Mees droog. ’Drie over half negen was het? Valt me nog mee. Maar volgens mij heb ik mijn nachtsokken nog aan’, mompelde meester. ’Nachtsokken, meester? Wat zijn nou weer nachtsokken?’, vroeg Henke. ’Nou, gewoon. Dat zijn sokken tegen nachtmerries.’ ’Nou verzin je wat, meester’, zei Henke. ’Verzinnen? Ik? Nee hoor. Deze sokken heeft mijn uitvindopa gemaakt. Heel lang geleden, in zijn uitvindhut. Hij heeft ze voor zichzelf gemaakt maar ik heb ze geërfd. Het zijn ook eigenlijk geen sokken. Het zijn gokken. Sokken met gaten op de plek waar je grote teen zit. Mijn opa had bedacht dat je je dromen ergens door weg moest laten stromen. Dromen mochten niet door je hoofd naar buiten, vond hij. Ze moesten door je tenen naar buiten. Vooral nachtmerries. Dat is wat hij dacht. Hij had bedacht ´s nachts gokken aan moest hebben. De dromen borrelden dan door je tenen uit je lichaam en verlieten door de gaten van de gokken het bed. Die gokken moest je eeeh… hmmm… tja… ook aanhebben om te voorkomen dat je ging slaapwandelen. Want als je met je koude tenen de koude vloer zou raken dan zouden je hersenen schrikken. Dan zou je direct weer in bed gaan liggen.’ Meester keek om zich heen. ‘Zo dacht mijn opa en ik moet zeggen dat ik nooit last heb van nachtmerries´, zei meester. ´Van slaapwandelen dan?´, vroeg Yorinde. ’Slaapwandelen? Laat me eens denken. Slaapwandelen dus. Nee, volgens mij nooit gedaan.’ ’Hoe zou je het dan noemen als iemand er uit ziet alsof hij nog slaapt maar zelf niet door heeft dat hij nog slaapt?’, vroeg Gjalt. ’Gjalt, jongen, dat is zoiets raars, daar wil ik helemaal niet over na denken’, antwoordde meester. ‘Hoe kom je daar nou bij?’ Gjalt schudde zijn hoofd en haalde zijn schouders op. ’Nou, gewoon, omdat je je gokken nog aanhebt, met van die rafelige gaten waar je tenen door heen prikken’, zei Gjalt. ’Hmm, ik begrijp dat ik mijn schoenen even aan moet doen. Wel gek inderdaad dat ik mijn schoenen niet aan heb.’ ’Je hebt je trui ook verkeerd aan, meester’, zei Mees zomaar. Ik keek eens goed en glimlachte. Het was me nog niet eens opgevallen. Ik had, toen meester ons liet kijken naar zijn gokken, pas in de gaten dat hij sokken met gaten aanhad. En geen schoenen. Nu pas zag ik dat hij ook nog zijn trui verkeerd aan had. ’Achterstevoren, meester’, zei Mees. Meester gaapte en grinnikte tegelijkertijd. Dat zorgde voor een gek geluid dat ergens achter uit zijn keel kwam. ’Verhip zeg. Je hebt gelijk. Hmmm… vreemd. En niet eens alleen achterstevoren, zie ik. Ook nog binnenstebuiten.’ Hoe noem je dat, meester?’, vroeg Henke. ’Hoe ik dat noem? Achterstevorenstebinnenstebuiten, zo noem ik het. Jij dan?’ ’Binnenstebuitensteachterstevoren. Zo zou ik het noemen, denk ik’, zei Henke. ’Het kan nog erger, meester’, zei Gjalt. ’Nóg erger?’, vroeg meester. ‘Hoe dan?’ ’Nou, als je de onderkant van de trui boven hebt, of zoiets.’ Meester Korneel dacht na, dat was aan alles te zien. ’Dat zou dus betekenen dat ik mijn trui dan bovensteonderstebinnenstebuitensteachterstevoren aan heb?’ ’Onderstebovensteachterstevorenstebuitenstebinnen is mooier meester’, zei Gjalt. ’Help’, krijste meester. Toen gaapte hij weer een keer teendiep. ’Meester, misschien kun je, als je toch je schoenen aandoet, ook even je trui goed doen’, zuchtte Janke. ‘Dit is echt geen gezicht.’ ’Hmmm, gelijk heb je. Dit is geen gezicht.’ Meester trok zijn handen uit de mouwen van zijn trui en wurmde zich daarna uit zijn trui. Hij keek naar de trui in zijn handen en wilde hem omdraaien. Plotseling keek hij naar beneden. ’Nee hè, heb ik weer’, kreunde hij. ’Meester, wat heb jij nou voor shirt aan?’, vroeg Henke. ‘Het lijkt wel een pyjamajas.’ Meester zuchtte. Toen keek hij omhoog, naar ons. ’Help. Ik heb mijn pyjamajas nog aan.’ We keken elkaar aan. Toen volgde, alsof we het hadden afgesproken, een lachbui. De lachregen druppelde door de klas en spetterde om ons heen op de grond. Meester keek sip. Wij niet. We keken genietend. ’Hmmm’, zei meester toen de lachwolken over gedreven waren. ‘Erger kan niet.’ ’Het kan altijd erger, meester’, zei Henke. ‘Bijvoorbeeld als je je pyjamajas ook nog binnenstebuiten aan had.’

‘Of achterstevoren’, zei Gjalt. ’Of allebei’, zei Elle Mieke. ’Of ook nog met de onderkant boven’, zei Henke. Meester grinnikte een beetje. ’Heb je wel geslapen, meester?’, vroeg Humphrey. ’Geen idee’, zei meester. ‘Ik weet nooit of ik heb geslapen heb. Ik word altijd wakker en dan ga ik er van uit dat ik goed geslapen heb.’ ’Maar als je je gokken nog aan hebt. En je hebt je trui verkeerd aan. En je hebt je pyjamajas nog onder je verkeerd aangetrokken trui aan. Dan is er toch wel wat aan de hand, of toch niet?’, vroeg Henke. ’Geen idee. Ik weet alleen dat ik gisteravond gewoon ging slapen. En dat ik vanmorgen gewoon wakker werd.’ ’Het zou helemaal erg zijn als je ook nog je pyjamabroek aan zou hebben onder je gewone broek’, lachte Humphrey. ’Ja, dat zou wat zijn’, grinnikte meester. ‘Stel je voor zeg. Dat ik gewoon mijn pyjama aan zou hebben. En mijn gokken. En dat ik daarover heen gewoon mijn gewone kleren zou hebben aangetrokken. Tja… het zou dus nog erger kunnen. Stel je eens voor zeg. Stel je eens voor.’ ’Meester’, zei Janke. ’Hmm’, mompelde meester. ’Meester, heeft je pyjamabroek dezelfde kleur als je pyjamajasje?’ ’Ja… tuurlijk, die van jou niet dan?’, vroeg meester. ’Dus je pyjamabroek is ook geel zwart met blauwe strepen’, vroeg Janke. Meester knikte. ‘Hoezo?’, vroeg hij. ’Nou eh… ik zie volgens mij een heel klein stukje van je pyjamabroek boven je spijkerbroek uitkomen’, zei Janke. ’Ha… dat zou wat zijn’, lachte meester Korneel. Daarna keek hij naar beneden en slikte. Hij slikte nog een keer en deed zijn had voor zijn mond. Ik kon niet zien of hij gaapte of dat hij het deed om een stommigheidje te verbergen. ’Dus… heb ik weer’, mompelde meester. ‘Ik heb dus gewoon mijn hele pyjama aan. En mijn gokken. Hoera, maar niet heus.’ ’Meester’, riep Jarno. ‘Directeur Zwarfdreumer staat ook al een tijdje door het raampje te kijken.’ Meester keek naar de deur en directeur Zwarfdreumer keek lachend terug. Daarna opende Zwarfdreumer de deur en kwam binnen. ´Uitgeslapen?´, vroeg hij aan meester Korneel. Meester zei niets. ’Je bent hier vannacht ook al geweest’, zei Zwarfdreumer kort. Meester Korneel keek hem niet begrijpend aan. ’Jij was aan de beurt om gebeld te worden bij inbraakalarm, weet je nog?’, vroeg de directeur. ’Hmm… tsss… tsjaaa… of ja… er begint me een bel te rinkelen. ’Precies, er ging een alarmbel rinkelen. In onze school. En jij werd gebeld… dus. En… ik denk dat het volgende is gebeurd. Je hebt slaapdronken en vlug je kleren over je pyjama aan getrokken, bent bij school geweest en je hebt het alarm afgezet. Klopt dat?’ Meester Korneel krabde op zijn hoofd. ’Hmm, kon wel eens kloppen, ja’, mompelde hij. ’Daarna ben je naar huis gegaan’, zei directeur Zwarfdreumer. ‘En in je bed gedoken… met je kleren aan, met daaronder je pyjama.’ ’Hmm, kon wel eens kloppen, ja’, mompelde meester. ’Toen je wakker werd vanmorgen, veel te laat, stond je op en zag je dat je je kleren al aan had. Je bent naar school gevlogen alwaar ik je om drie over half negen de klas in zag schieten… dus.’ ’Hmm, kon wel eens kloppen, ja’, mompelde meester. ’Opgelost dus, dit raadsel’, zei de directeur. ’Hmm, kon wel eens kloppen, ja’, mompelde meester. De directeur sloop het lokaal uit en liet ons achter met onze meester Korneel. ’Heb ik weer’, zei meester. ’Ach, dan hebben wij ook weer eens wat, meester’, zei Henke. Op meesters gezicht kwam een kleine lach tevoorschijn. ’Hebben wij dus weer’, zei meester. ‘Ik ben even weg, mijn kleren fatsoeneren.’ Wij begonnen aan onze weektaak en meester… die kwam even later terug, zijn pyjama in de hand, zijn kleren netjes. Eindelijk.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *