Meester Korneel: de musical

dagblad 002Bijzonder buitengewone kerstmusical

Meester, wat kijk je somber,’ zei Jorien. ‘Is er wat?’
Meester Korneel keek verstrooid om zich heen.
‘Somber? Ik? Welnee. Ik ben geconcentreerd,’ antwoordde hij.
‘Heb je al bedacht hoe dat straks moet, meester?’ vroeg Gjalt.
Meester Korneel staarde, zoals wel vaker, wat in gedachten voor zich uit.
‘Hoe wat straks verder moet, Gjalt?’
‘Nou, gewoon. Met de kerstmusical. Kijk eens om je heen. We kunnen toch niet spelen en zingen tegelijkertijd.’
Meester Korneel keek naar Gjalt.
‘Hoe bedoel je?’ vroeg hij.
‘Meester! Let op! Ik zal het je nog een keer uitleggen. Over tien minuten begint de kerstmusical. We hebben met zijn allen enorm hard ons best gedaan om die musical in ons hoofd te stampen. Wij,’ zei Gjalt en wees naar de kinderen in de klas. ‘Wij zijn allemaal verkleed. Charlie is de oude bedelaar, Mees de rijke bankier. Tess is de kerstvrouw en Yorinde de lucifer verkoopster. Jorien is samen met Okki de ezel en ik ben de verteller. En jij zou het koor regelen.’
‘Ja, nou?’ vroeg meester terwijl hij lodderig om zich heen keek.
‘Je hebt vanmiddag kortsluiting veroorzaakt in de geluidsinstallatie doordat je zo nodig een mok chocolademelk, met slagroom, over de cd speler liet vallen,’ zuchtte Jorien.
‘Oh ja, dat was een heel avontuur,’ mompelde meester. ‘Dat had ik nog nooit eerder voor elkaar gekregen. Wel vaker geprobeerd trouwens.’
‘Maar de cd met de koorpartijen zit vast in de cd speler en je zei dat dat je enige exemplaar was,’ mopperde Jorien.
‘Dus wat ga je doen om de musical te redden, meester. Een musical zonder zang is geen musical,’ riep Gjalt.
‘En het is heel warm in dit ezelpak, meester,’ zei Jorien.
‘Helemaal voor mij,’ vulde Okki aan. ‘Ik zit achterin.’
‘Mijn broer zei het gisteravond al,’ zuchtte Henke en gooide zijn armen wanhopig in de lucht.
‘Wat zei je broer gisteravond al?’ vroeg meester. ‘Hoe gaat het trouwens met hem. Moet al weer twee jaar geleden zijn dat hij bij mij in de klas zat. Ik weet nog wel dat ik deze musical heb bedacht toen hij bij me in de klas zat.’

Henke zuchtte en kreunde.
‘Ik wist dat je geheugen niet al te best is, meester, maar dit slaat wel echt alles.’
‘Wat?’ vroeg meester Korneel.
‘Het is vijf jaar geleden dat hij bij je in de klas zat. Vijf jaar, geen twee.’
‘Oeps, de tijd vliegt. Vijf jaar zei je?’
‘Pfff,’ zei Henke.
‘Waar hadden jullie het nog meer over dan?’
‘Meester, je leidt de boel af. Je probeert het over iets anders te hebben. Daar trappen we niet in deze keer,’ zei Henke vastberaden.
Yorinde had ondertussen uit verveling een lucifer aangestoken en ging met haar vinger door de vlam. Mees had een stapels nepgeld op de grond laten vallen en zocht de briefjes bij elkaar.

In het speellokaal zaten ondertussen de ouders te wachten op het begin van de musical.
Tess deed het kussen onder haar kerstvrouwen kostuum goed, plukte aan haar baard en mompelde “ho, ho, ho, geef maar op dat kado.”
Janka, die de rol had van chocolade-ijsverkoopster, zwaaide als een dirigent met de ijslepel in het rond en Steen probeerde met zijn wanten aan de veters van zijn veel te grote schoenen te strikken. Meester Korneel deed niets. Hij had, zoals gebruikelijk, de hele boel weer eens absoluut niet onder controle.
‘Vijf jaar geleden hè?’ mompelde hij. ‘Weet je het zeker?’ vroeg hij.
Henke zuchtte waarbij het leek of de zucht uit zijn tenen kwam.
‘Meester, je luistert niet. Je moet wat doen. We hebben geen muziek. Je zei dat we de tekst niet uit ons hoofd hoefden te leren omdat die wel op de cd stonden. De cd in de speler die nu helemaal stuk is.
‘Welke rol had je broer in die musical?’
‘Wat weet ik daar nou van. Volgens mij geen enkele. Er waren toen zoveel kinderen in de klas dat niet iedereen een rol had. Wij zijn maar met zijn zestienen en dus heeft iedereen een rol.’

Meester Korneel glimlachte.
‘Wat zit je gek te grijnzen, meester?’ zei Charlie.
Meester Korneel deed net of hij niets hoorde. ‘Vijf jaar zei je toch?’ mompelde hij nog een keer.
Daarna ging meester Korneel wat rechter op staan.
‘Soms heb je een bijzondere groep kinderen,’ zei hij toen. Iets in zijn houding maakte dat iedereen stilstond en naar hem keek.
Steen keek naar zijn handschoenen, deed ze uit en strikte zijn veters. Janka stopte met het dirigeren van een onzichtbaar koor en liet de ijslepel kletterend op de grond vallen. Tess plukte niet meer aan haar baard en Mees legde zijn nepgeld in de vensterbank.
‘Jullie zijn zo’n groep kinderen. Heel gewoon en tegelijkertijd heel bijzonder.’ ‘Buiten gewoon bijzonder dus,’ zei Gjalt.

Meester keek hem aan en knikte.
‘Ik zou wel wat met jullie afspreken,’ zei meester raadselachtig.
‘Maar we moeten zo het toneel op,’ wierp Gjalt tegen.
Meester legde zijn vinger tegen zijn lippen en ging verder.
‘Met sommige buitengewoon gewoon bijzondere groepen maak ik een afspraak. Namelijk dat ik iedereen uit die groep uitnodig om vijf jaar later allemaal weer eens langs te komen op school.’
‘Je bedoelt een reünie,’ vroeg Elle-Mieke.
Meester Korneel stak zijn duim omhoog. ‘Juist dat bedoel ik,’ zei hij. ‘Laten we afspreken dat jullie over precies vijf jaar hier allemaal weer zijn. Dan komen jullie de kerstmusical bijwonen die dan wordt opgevoerd. En na afloop krijgen jullie warme chocolademelk en een kerstkransje.’
Het idee was zo vreemd en het moment waarop hij het voorstelde zo raar dat iedereen naar elkaar keek en instemmend knikte.
‘Dus over vijf jaar zijn wij hier weer?’ vroeg Gjalt. ‘Om te kijken hoe je vijf jaar ouder bent geworden?’ vroeg Mees.
Meester Korneel knikte.
‘En dan wordt het nu tijd om op het toneel te gaan staan,’ zei hij.
‘Maar de muziek dan?’ vroeg Gjalt nog een keer en stak zijn armen hulpeloos in de lucht.
Meester Korneel keek weer wat vreemd om zich heen. Hij knipoogde. ‘Komt goed, desnoods ga ik zelf zingen,’ mompelde hij.

Nerveus liepen de zestien spelers achter elkaar aan naar het speellokaal. Het was er donker en Yorinde stak de ene na de andere lucifer af terwijl de troep naar het podium liep. Gjalt stond vooraan en wilde beginnen toen ze opeens de stem van meester Korneel hoorden. ‘Dit’, zei hij met een schorre stem, ‘is een buitengewoon bijzondere musical. Het is een musical die geen musical is. Of zoiets.’ Hij tuurde over de hoofden van de ouders heen naar de achterste rijen. Daarna glimlachte hij lichtjes, ging rechtop staan en zei zelfverzekerd:
‘Dit is een buitengewoon bijzondere musical. Deze zestien dappere spelers spelen precies dezelfde musical als vijf jaar geleden. Er is echter een probleempje. We hebben geen koor. En toch ook weer wel.’

De kinderen op het podium keken elkaar verbaasd aan. Er klonk gemompel in de zaal.
‘Soms is een avond buitengewoon bijzonder. Ik weet zeker dat dit zo’n avond is,’ zei meester Korneel en gaf de microfoon aan Gjalt. Alle kinderen stonden op de goede plek.
‘Dit is het kerstverhaal van de arme bedelaar, het meisje met de lucifers, bankier en de ezel,’ begon Gjalt. ‘ Een beetje een lange titel maar het zegt precies waar ons verhaal over gaat. We hebben echter een groot probleem. Nu moet het openingslied komen maar de cd zit in de cd speler die stuk is omdat meester hem chocolademelk wilde laten proeven. We slaan dus het openingslied over.’
Er klonk gegrinnik in de zaal. Opeens hoorden ze een stem. Henke herkende de stem van zijn broer Richard.
‘Kennen wij het openingslied nog?’ vroeg hij. Een meisjesstem antwoordde lachend.
‘Tuurlijk kennen wij hem nog. We kennen alle liedjes toch gewoon. Dit hadden we wel verwacht toch? Zo gaat het altijd. Wij zijn gewoon nu het koor. Een, twee drie,’ zei ze waarna iedereen op de achterste rijen het openingslied inzette. Het klonk niet helemaal zuiver maar aan het eind van het lied klonk er een oorverdovend applaus.
Gjalt pakte de microfoon en keek naar zijn klasgenoten.
‘Het is een reünie,’ zei Henke.
‘Van de klas van vijf jaar geleden,’ zei Jorien vanuit haar ezelspak.
Toen had iedereen door wat er precies aan de hand was. Meester Korneel had vijf jaar geleden zijn klas van toen uitgenodigd. De klas die de musical al een keer had opgevoerd. Zij hadden net het openingslied gezongen en iedereen wist zeker dat ze straks ook alle andere liedjes zouden gaan zingen.
Gjalt keek naar meester Korneel. Die keek naar zijn klassen. De ene klas op het podium, zijn klas van vijf jaar geleden achterin de zaal. Hij stak zijn armen omhoog. ‘Laat de musical beginnen,’ riep hij. ‘Laat kerst beginnen…’ Daarna keek hij vergenoegd om zich heen, sloot even zijn ogen en zuchtte. ‘Volgens mij heb ik de mooiste baan van de hele wereld,’ zei hij tegen zichzelf. En terwijl Gjalt de musical begon zei meester Korneel tegen zichzelf: ‘Vrolijk kerstfeest, Korneel, een buitengewoon gewoon vrolijk kerstfeest.’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *