meester Geert

‘Meester Geert is écht een piraat’, fluistert Tijn.

Lente schudt haar hoofd.

‘Echt niet. Hoe kom je daar bij?’, vraagt ze verbaasd.

Haar ogen speuren over het gezicht van Tijn.

Ze is op zoek.

Ze wil er achter komen of hij een grapje maakt.

Ze vindt niets. Tijn blijft heel serieus naar haar kijken.

Dan doet hij zijn hoofd schuin.

Dat doet hij altijd als hij diep nadenkt.

Het lijkt of hij met zijn ogen naar de wolken kijkt.

‘Zit je weer in de wolken?’, vraagt Lente.

Tijn knikt. Zijn zwarte sprietharen dansen.

‘Een beetje’, zegt hij dan serieus.

‘Maar hoe kom je daar dan bij? Dat meester Geert piraat is?’, vraagt Lente.

Tijn haalt een verfrommeld papiertje uit zijn broekzak.

Hij probeert het briefje glad te strijken. Het lukt niet. Hij spuugt op het papiertje.

‘Jakkes, wat doe jij?’ vraagt Lente geschrokken.

‘Mijn moeder doet dat ook.’

‘Hoezo?’

‘Nou, als mijn haren alle kanten op sprieten.

Dan doet ze wat spuug op haar vingers.

En dan strijkt ze er mijn haren mee plat.’

Lente haalt haar schouders op.

‘Gek mens, je moeder.’

Tijn knikt. ‘Heel gek. En bijzonder. Maar het werkt wel wat ze doet. Kijk maar.’

Het papiertje is vlak.

Lente komt vlak bij hem staan en kijkt mee.

Ze ziet vaag wat kriebels.

‘Je hebt het woord weg gespuugd.’

Tijn staat er beteuterd bij.

‘Wat stond er dan?’, vraagt Lente.

‘Paperclips’,  mompelt Tijn.

Lente fronst haar wenkbrauwen.

‘Ja? Nou? En? Hoe kun je nu aan paperclip zien of iemand piraat is?’, vraagt Lente ongeduldig.

‘Meester Geert is gewoon meester Geert hoor.’

Tijn schudt wild zijn hoofd.

‘Heb je de vensterbank in zijn kantoor wel gezien?’

Lente schudt haar hoofd.

‘Het staat vol met piratenspullen.’

‘Niet,’ zegt Lente.

‘Echt wel. Er staan piraten poppetjes van plastic.

We een stuk of meer dan tien.

En aan zijn muur hangt een plank.

Een plank met touwtjes.

Volgens mij zijn het allemaal soorten knopen.’

Lente schudt haar hoofd. Ze is er zeker van dat Tijn maar wat verzint.

‘Op zijn bureau staat een fles met een schip er in en…’

Tijn kijkt om zich heen.

Hij wil dat niemand anders dan Lente hem hoort.

‘… op een foto die aan de muur hangt staat hij als piratenkapitein’, fluistert Tijn.

Lente lacht.

‘Jij bent maf, Tijn. Je fantaseert. Dat is gewoon een foto van zijn verjaardag. Iedereen was toen verkleed.’

‘Ja’, zegt Tijn. ‘Je hebt gelijk.  Maar iedereen moest verkleed als sprookjesfiguur.

Juf Inge was sneeuwwitje. Juf Anita was de boze heks van Hans en Grietje. Juf Janette was de geitenmoeder maar meester Geert was… piraat.’

Tijn laat even een stilte vallen.

Lente kijkt hem niet begrijpend aan.

‘En wat dan nog?’, vraagt ze.

Tijn kijkt triomfantelijk

‘Piraten komen niet voor in sprookjes. Hij was gewoon verkleed als zichzelf.’

Lente kijkt hem verwonderd aan.

‘Hij was dus niet verkleed’,  zegt Tijn er achter aan.

‘In Peter Pan is een piraat’, zegt Lente.

‘Maar dat is geen echt sprookje’, zeggen Tijn en Lente tegelijk.

Daarna lachen ze naar elkaar. Dat doen ze altijd als ze op het zelfde moment hetzelfde zeggen.

‘Maar hoe zit het dan met die paperclips?’, vraagt Lente. Ze is opeens ongeduldig.

Tijn zucht.

‘Hij buigt er haakjes van’, zegt hij.

Lente pruilt haar lippen.

‘Haakjes?’, vraagt ze.

Tijn knikt.

‘Echte piraten hebben een haak. In plaats van een hand.’

‘Niet álle piraten hoor’, zegt Lente.

Tijn schudt zijn hoofd.

‘En meester Geert heeft natuurlijk ook geen haak.

Anders verraadt hij helemaal dat hij een echte piraat is.

Maar hij vouwt wel paperclips in de vorm van een piratenhaak.

Kijk maar eens op de vensterbank van zijn hok.’

‘Dat durf ik niet’, zegt Lente.

Tijn kijkt Lente aan.

‘Ik ook niet. En toch is het zo.’

Opeens schiet Tijn wat te binnen.

‘Ik weet wat’, roept hij. ‘Ik pak een paperclip van jufs tafel.’

Lente kijkt vreemd naar Tijn.

‘Dat mag niet joh’, zegt ze.

‘Ik doe het toch’, zegt Tijn.

Hij kijkt waar juf is. Die is niet in het lokaal.

Tijn staat op en loopt naar haar tafel.

Lente sjokt achter hem aan.

Op jufs haar tafel ligt van alles.

Tekeningen, plakband, een paar boeken en een schaar.

Maar geen paperclip.

‘Kom nu maar’, zegt Lente en ze trekt Tijn aan zijn arm.

Tijn laat zich meetrekken maar als hij omkijkt ziet hij waar hij naar zoekt.

Twee stukjes papier zitten met een paperclip aan elkaar vast.

Tijn kijkt om zich heen en pakt de paperclip.

Wanneer hij zich vrolijk naar Lente draait is ze verdwenen.

Op de plek waar ze net stond staat nu meester Geert.

Tussen de volle baard van meester Geert ziet Tijn een half verborgen glimlach.

 

‘Zo Tijn’, zegt meester Geert.

‘Wat spook jij uit?’

Tijn kijkt om zich heen.

‘Spoken bestaan niet’, zegt hij.

Meester Geert lacht. Tijn kijkt van meester Geert naar zijn eigen hand. Daar ligt de paperclip.

‘Hier! Een paperclip’, zegt Tijn en geeft hem aan meester Geert.

‘Dat is een mooi exemplaar, Tijn. Nog helemaal gaaf.

Dat hoort niet zo met paperclips.

Die moet je verbuigen’, zegt meester Geert en knipoogt.

‘Hmmm.’

Meester Geert denkt na.

‘Hij is te klein om er een racefiets van te buigen.’

‘En te klein voor de Eiffeltoren’, zegt Tijn.

‘Ik kan er ook geen bril van buigen.’

‘En ook geen schip’, zegt Lente.

‘Een piratenschip’, fluistert Tijn zo zacht dat alleen Lente het hoort.

Meester Geert buigt de paperclip open.

Tijn en Lente kijken toe hoe hij er aan frommelt.

Zijn tong steekt uit zijn mond.

‘Zo’, zegt hij dan. ‘Weer een voor mijn verzameling.’

‘Wat heb je gemaakt, meester?’, vraagt Lente.

‘Och, niets. Nou ja, bijna niets. Kijk maar.’

Lente en Tijn kijken naar meester Geerts grote hand.

Daarin ligt de paperclip. In de vorm van een haak…

‘Het lijkt wel de haak van een piraat’, zegt Tijn.

‘Hmmm, nou je het zegt.’ Meester Geert krijgt een enorme grijns op zijn gezicht.

‘Dat heb je goed gezien, Tijn van der Kooi.’

‘Ben jij piraat geweest, meester Geert?’, vraagt Lente zo maar.

 

Meester Geert kijkt met grote ogen naar Lente en Tijn.

Dan lacht hij.

Zijn diepe stem bromt.

Zijn gezicht lijkt wel een verfrommeld papiertje.

Het geluid dat uit zijn keel komt vult het hele lokaal.

Als hij is uitgelachen is het doodstil in het lokaal.

Meester Geert buigt zich voorover naar Tijn en Lente.

‘Ik?’, vraagt hij. ‘Hoe kom je er bij zeg?

Nee hoor. Ik ben gewoon meester Geert.’

Dan knipoogt hij.

Hij sluit zijn hand om de haak en loopt het lokaal uit.

‘Wat hadden jullie voor gesprek met meester Geert?’, vraagt juf Janette die net binnenkomt.

‘Gewoon. Heel gewoon. Iets heeeeel geheims’, zegt Tijn.

Daarna loopt hij met Lente terug naar de stiltehoek.

Ze openen hun rekenboeken.

‘Misschien heb je wel gelijk’, fluistert Lente.

Tijn knikt.

‘Maar ik weet het nog niet zeker’, mompelt ze.

‘Ik wel’, zegt Tijn. ‘Maar we gaan wel op zoek naar meer bewijs.’

‘Goed’, zegt Lente en ze steekt haar hand op.

Tijn geeft haar een high five.

‘We kijken goed om ons heen’, zegt Tijn.

‘Dat doen we’, zegt Lente.

3 gedachten over “meester Geert

  1. Ik heb dit voorgelezen aan Maaike (in het Nederlands) en dit is haar reactie (in het Engels):
    I really like this story. I could easily understand it. I think there should be a whole book of Tijn and Lente, just like Jip and Janneke. I really want to find out if Meester Geert is really a Pirate. I think he easily could be. But he would be the good kind, I think, as his eyes smile when he laughs. That’s the good kind of pirate!

    1. Hi Maaike,

      Great to hear you could understand it so easily. And yes, meester Geert is a really nice pirate… or isn’t he a pirate…
      There are more stories in wich you will find out wether or not he’s a pirate…
      You’ll like to read more about Tijn, Lente and meester Geert?

      I will see to it that you’ll get it…

      greetings, Jelte

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *