meeheester

voorkant
Uitspraken en uitspreken.Daar gaat dit stukje over. Een uitspraak van onze zoon die op zijn geheel eigen wijze tegen de wereld en kleine veranderingen aankijkt en mij meeneemt in zijn denken. Dat is vaak een kwestie van begrijpend luisteren. Ik moet eerst luisteren voordat ik echt begrijp wat hij wil zeggen. Waarom? Omdat dat wat hij zegt voor hem logisch is maar voor mij nieuw. En omdat ik inmiddels weet dat ik niet hollend een antwoord moet geven zonder stil zijn woorden op me in te laten werken.
Tegelijkertijd gaat dit stukje over uitspreken. Over het geweldige beroep dat ik heb: meester zijn.

Op hoeveel manieren kun je het woord “meester”uitspreken. Twaalf, zevenentachtig of misschien wel op honderdzevenentwintig manieren. Volgens mij heb ik ze vanmiddag allemaal gehoord: zacht, hard, fluisterlispelend, enthousiast, fijntjes, boers, aardig,……
De kinderen van groep 3, 4 en 5 waren bij mij geweest om te praten over en te luisteren naar de belevenissen van Bas in de herfst. Een mooi vertelplaat leidde ze door alle onderdelen van de herfst. De mooie gouden kleuren van de bladeren, de paddenstoelen en de egels. En natuurlijk kwam het er van om samen met de kinderen het bos in te duiken, op zoek naar de herfst. We wilden de herfst met eigen ogen zien. We wilden de herfst ruiken, proeven, horen, voelen, ondergaan. Gewapend met plastic zakken om mooie bladeren in te stoppen die we zouden vinden gingen we op zoek.
‘Meester, paddenstoelen!!’, hoor ik op een schreeuwkermende toon.
‘Meester, kijk, een elfenbankje.’ Klinkt het vlak daarna nieuwsgierig opgewekt.
‘Meheheeester. Meheheeeester’, klinkt het zeurderig enthousiast. Ik hoor het wel en probeer bij de aanhouder te komen. Jetta heeft tamme kastanjes gevonden, honderden, vlak bij elkaar. Als ik bij haar ben geeft ze me een paar tamme kastanjes, voor in mijn plastic tas.
‘Meester’, klinkt het op verschrikte toon. ‘Die paddenstoel heb ik per ongeluk omver gelopen.’
‘Meesssster, kom eens.’ Wytze heeft een behoorlijk grote paddenstoel gevonden. Hij bukt zich met een spiegeltje in de hand en houdt de spiegel onder de paddenstoel. Zo zien we allebei dat het een plaatjeszwam is.
‘Ik zie de zaadjes niet zo goed’, zegt hij teleurgesteld.
‘Meester’, gilt Paul tetterend hard vlak bij mijn oor. Hij heeft geweldig grote herfstige bladeren in zijn hand. Elk blad lijkt op de hand van een reus, elk blad is weggelopen uit het sprookjesbos van kabouters en elfjes, uit het bos waar paddenstoelen huisjes zijn en elfenbankjes uitruststoelen. Hij zwaait er trots mee in het rond en alle kinderen die vlak bij me staan willen ook van die reuzenhanden hebben. We zwerven en dwalen, we kijken en genieten, we botsen tegen takken en tegen elkaar.
‘Meester’, klinkt opgewekt en vrolijk tussen de bomen over de mossige bodem. Richard heeft hoog in de boom een vogelnest gezien en weet iedereen zo ver te krijgen dat we naar boven kijken, naar zijn vondst. Dan komen we bij een droge sloot en ik besef dat we deze gracht, deze gigantische kuil over moeten om terug te kunnen komen op het hoofdpad. Ik ga in de sloot staan en zwaai alle kinderen zwevend door de lucht naar de overkant. Alle? Nee, een paar allesdurvers overwinnen zelf de hindernis en springen naar de overkant. We komen na de herftsboszoekwandeling weer bij school en richten een herfsttafel in. Paul komt bij me met ogen die nog meer glunderen dan al het gepoetste koper van de hele wereld bij elkaar.
‘Meester’, zegt hij op de honderdzevenentwintigste manier waarop je het woord “meester” kunt uitspreken, een manier die niet met woorden te omschrijven is:
‘Meester, bedankt voor deze mooie middag hè.’
‘Jij bedankt Paul. Ik vond het ook een geweldige middag met jullie allemaal.’
Trots gaan de kinderen naar huis. Met in een plastic tas bladeren, kastanjes, nog meer bladeren en kastanjes, een stuk hout en een gouden herfst ervaring.

 

En onze zoon. Wat hij zei?
Hij is een melktand kwijt. Zijn eerste. Dat is een verhaal op zich. Maar hij kwam vanmorgen met zijn gezicht dicht bij me en zei, aan de ontbijttafel:
‘Ik heb mijn grote mensen tand ook maar eens aan het werk gezet. Die moet ook wat te doen hebben.’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *