luizen

luisMeester Korneel beleeft veel en veel te veel. Vanmorgen was een gewone morgen. Tenminste, voor mij, niet voor meester. Vlak na de pauze nam meester Korneel het woord. ’Straks komt het LOT weer in de klas’, zei hij. ’Ach nee toch. De luizenmoeders! Mogen we wel gewoon doorwerken dan?’, vroeg Tess.
‘Doorwerken? Natuurlijk werken jullie door. Jullie werken toch altijd door. Jullie werken zelfs door als je niet door hoeft te werken. Jullie werken zelfs door als ik zeg dat je mag stoppen, jullie werken zo hard door dat elke meester en juf in deze krakkemikkige oude tochtige half en half vervallen school jaloers is op mij. Elke meester en juf, behalve ikzelf.’ ’Hoezo, meester?’ vroeg Jarig. ’Nou, het is makkelijker voor een meester of juf om kinderen aan te sporen tot werken dan om ze af te remmen. Ja, ik zie jullie hersenen nu kraken en krieken en breken en braken van de inspanning om mij te bereiken maar het is echt zo. Denk daar maar eens over na als het LOT binnen komt. Misschien is dat kraken en braken en piepen en knarsen en knetteren van je hersenen ook wel een goed middel om van de luizen en de neten af te komen die zo gezellig in jullie haren een plek hebben gevonden’, zei meester Korneel. ’Maar waarom komt het LOT zo vaak dan?’, vroeg Henke. ’Tja… waarom… waarom… eh, gewoon, omdat er hier op school veel luizen op te sporen zijn. Ik verdenk er het Luizen Opsporings Team zelfs van dat ze elke maand een paar verse, pas gevangen luizen de klas mee in nemen om ze tijdens het opsporen bij jullie in het haar te dumpen. Ik verdenk ze er echt van omdat ze natuurlijk werk willen blijven houden. Laatst kwam ik in het kamertje. Daar waren Jansje en Hansje, de twee Luizen Opsporingsmoeders, met elkaar op geheimzinnige manier aan het kletsen. Ik hoorde dat ze het hadden over de gezelligheid hier op school en de lekkere koffie met de smakelijke koekjes. Ik denk gewoon dat ze dat thuis niet hebben en daarom uitkijken naar hun maandelijkse opsporingsuitje’, zei meester en hij keek er behoorlijk serieus bij. ’Mijn moeder heeft thuis ook heus wel lekkere koffie met smakelijke koekjes hoor’, zei Gjalt in de stilte die meester liet vallen. ’Oh ja… is ook zo… jouw moeder hoort bij het LOT. Eh… hmpff… niet zo snel aan gedacht. En toch hè… gek is het wel dat op veel scholen geen luis is te vinden en de neten al lang op vakantie zijn gestuurd. En hier… elke maand is het raak bij jullie! Bij mij niet, maar bij jullie des te meer.’ ’Misschien heeft u ze ook wel, meester. Gjalts moeder en Hansje sporen nooit eens luizen bij u op’, zei Jarig. ’Ha! Tsss…. Jarig, dat is een goeie. Ik en luizen! Dat is zoiets als een rechte banaan, of als  Charley zonder gel in zijn haar. Onmogelijk dus’, aldus meester Korneel.

‘Hoe zorgt u er dan voor dat u geen luizen kan krijgen, meester?’, vroeg Henke. ’Dat is een moeilijke vraag, Henke. Dat is de op één na moeilijkste vraag om te beantwoorden.’ ’Wat is de moeilijkste dan, meester?’, vroeg Okki.

‘Een vraag die niet gevraagd is natuurlijk. Een ongestelde vraag zogezegd. Die kun je niet beantwoorden’, glunderde meester. ’Mijn zus is ook wel eens ongesteld, dan is ze ook zo moeilijk te beantwoorden’, vulde Charley aan. ’Eh… ja… dus… hmpf… waarom ik dus geen luizen kan krijgen. Ik hang ten eerste natuurlijk mijn jas niet bij jullie jassen neer. Jullie luizen wandelen dus niet vanuit jullie jas naar die van mij. Daarnaast eh… tja, ik denk dat dit het is. Mijn uitvindopa heeft vroeger een keer een middel ontdekt tegen luizen. Ik weet dat er theedik inzit, dat is de theedrab die overblijft als je er thee van hebt gezet. Dat was het belangrijkste bestanddeel. En er zit eh…ehm, laat me eens denken… sluisluiswater in. Of zat er nou kneedneetgum in. Of eh… luizeeidooiersreukzout of neeteprikstiftmassa. Ik weet het niet meer. Hij heeft het recept in elk geval verkocht aan een lamahaarhandelaar in Peru en diens kleinzoon verkoopt het nog steeds, ook hier in de buurt.Ik ben er vroeger zo vaak mee gewassen dat ik nooit meer een luizenbos heb gehad’ ’Hoe heet het dan, meester?’, vroeg Gjalt.
‘Hoe het heet? Hoe het heet?’

Op dat moment ging de deur open en kwamen Hansje en Fransje binnen voor de maandelijkse luizencontrole. Gewapend met een potlood en een kam gingen ze onze haren en hoofden controleren. ’Zorg er voor dat jullie hersenen kraken en piepend knarsen als jullie aan het werk zijn. Dan hebben de neten geen zin om zich vast te plakken aan jullie haren, dan hebben de luizen geen zin om kriebelend rond te lopen. Veel werkplezier. Want hoe harder je werkt hoe meer het krakend knarst en piept’, zei meester Korneel. Luizen opspoor moeder Hansje kriebelde even door mijn haren en ging dan verder naar Gjalt en naar Majorie. Ik hoorde geen van beide moeders zuchten. Een goed teken. ’Meester wil ook wel een keer gecontroleerd worden, mam’, zei Gjalt, toen het LOT het lokaal wilde verlaten. ’Echt waar?’, vroegen Hansje en Jansje tegelijkertijd. ’Tuurlijk’, mompelde meester. Het klonk niet echt dapper. Hansje en Jansje begonnen giebelend aan deze klus. Meester was op zijn stoel gaan zitten, had zijn armen over elkaar gedaan en keek ons guitig aan.
Na drie seconden begon Jansje te zuchten. Vier seconden later zuchtte Hansje ook. Ze keken elkaar een beetje gek aan. Hun ogen waren opeens wat groter, hun glimlach was wat kleiner dan daarvoor en hun handen begonnen wat te bibberen. ’Zo, dat hebben we ook weer gehad’, mompelde Jansje. ’Ja, dat kun je wel zeggen’, mompelde Hansje. ’We schijven wel even weer op een briefje wat we hebben gevonden’, zei Hansje.
‘Ja, laten we dat maar doen’, zei Jansje.
Stil trok het LOT zich terug en wij werkten verder. Ik lette op meester. Hij krabde zich een keer achter op zijn hoofd.
‘Jeuk, meester?’, vroeg ik. ,Neueuh’, zei meester. Even later krabde hij weer.
‘Jeuk, meester?’, vroeg Henke. ,Mmmm, beetje’, zuchtte meester. Dat krijg je als je het over luizen en neten babbelt. Dan krijg je opeens jeuk. Hebben jullie dat niet?’, vroeg hij schaapachtig. We schudden allemaal met onze luizenbossen waarvan we nog niet wisten of het luizenbossen waren. Even later kwam onze spierwitter dan spierwitbleke directeur de klas binnen met een dichtgevouwen papiertje. Het neetluisjesbriefje, noemde hij dat altijd. Nu zei hij niets. Hij gaf met een behoorlijke glimlach om zijn spierwitbleke lippen het neetluisjesbriefje aan meester Korneel. De directeur verliet neuriënd het lokaal waarna meester Korneel het briefje open vouwde. ’Juist ja’, mompelde hij en krabde nog een keer.
We keken elkaar aan. We wisten natuurlijk allemaal welke naam er op het briefje stond.

Gjalt verliet ons lokaal en kwam een paar minuten later weer terug. Hij had een thermoskan thee bij zich. Iedereen kreeg een kopje en meester vond het goed. Als laatste kwam hij bij meester Korneel. ’Alstublieft, meester’, zei Gjalt, ’een kopje thee. Speciale LOT-thee. Ik noem het neetthee. Ik heb het recept van een lamahaarhandelaar uit Peru. Die had het recept van zijn opa gekregen. En hier, in dit bakje, zit theedik. Als meester weer weet wat er nog meer bij moet dan kunt u een lekkere luizennetenshampoo maken. Die van vroeger is nu namelijk uitgewerkt.’ Gjalt ging zitten, met een terechte triomfantelijke blik in zijn ogen. Meester Korneel krabde nog een keer zijn hoofd. ’Hmpff’, was alles wat hij zei. Daarbij trok hij zo’n verwrongen gezicht dat iedereen onder de tafel kwam te liggen van het dubbelgevouwen lachen.

Een gedachte over “luizen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *