leren lezen

Leren lezen: Vraag niet hoe het werkt! HET WERKT!

Niet: welk boek vind je leuk om te lezen
Wel: wat vind je leuk

Onze zoon in groep 3 ‘moet’ rijtjes met woorden oefenen. Dat wordt ‘m niet echt…
Wat wel werkt?
Hij heeft afgelopen zondag een boek van 9 velletjes met mij geschreven.
Diezelfde dag heeft hij het een aantal keren aan ons voorgelezen, aan opa en oma, zijn oom, tante en twee nichtjes. En aan de verjaardagsvisite.

Hoe dat zo kwam?

Hij houdt van lego star wars, ik hou van schrijven en opeens had ik een eureka moment. Tien jaar geleden ging ik met kinderen die moeilijk tot lezen kwamen achter de computer zitten en bedacht verhalen die over hen gingen. Dat ging mee naar huis en… ze kwamen tot lezen. Ik heb er toen een document over aangemaakt dat ik nu op zoonlief heb toegepast…

Zoon heeft nu een boek. Over Darth Vader en Luke Skywalker, over Yoda en prinses Leia.

Zijn toehoorders snappen niet alles. Geeft niet… hij leest. En hoe!!!

kooiconstructie is een innovatief initiatief voor kinderen waarbij de leesvordering stagneert. Zij schrijven buiten de groep, onder begeleiding, hun eigen verhaal. Op deze manier maakt het  zijn eigen schatrijk groter. De kooiconstructie is onderdeel van de schatrijk methodiek.

Doelen van het project:

De leesvaardigheid verhogen;
aan het eind van groep 2 moeten alle kinderen alle letters beheersen
aan het eind van groep 3 elk kind minimaal op niveau E3
aan het eind van groep 4 elk kind op minimaal niveau E4
aan het eind van groep 5 elk kind op minimaal niveau E5

Ouderbetrokkenheid bevorderen.

Hoge verwachtingen hebben voor wat betreft het leesonderwijs.

Het op een goede manier zorgdragen voor materiaal van een ander.

Het lezen, in de breedste zin van het woord, bevorderen.

De zorgstructuur optimaliseren door de vorderingen op het gebied van leesbevordering hierin op te nemen.

door aan te sluiten bij de directe belevingswereld van het kind de leesontwikkeling stimuleren.

beginsituatie: kinderen die in de fase aanvankelijk leesonderwijs zitten.
werkwijze:
Met het kind, waarvan het avi niveau bekend is, achter de computer gaan zitten.
een paar basiswoorden uit de spellingmethode paraat hebben.
Met het kind afspreken waar het verhaal over moet gaan, direct beginnen.
Lettertype 18, dubbele spatie in het begin.
Verhaal schrijven terwijl het kind in het begin op de computer meeleest, zo kan het leestempo bepaald worden aan de hand van, in het begin, eenvoudige woordzinnen. Al snel kan begeleider zien wat het niveau is. Veel herhaling van eenvoudige woorden ( heel, erg, zegt, “naam”, goed, blij, raar, been, arm)
verhaal maken van 30/40 zinnen.
verhaal printen.
kind verhaal laten lezen met een leesliniaal. Verhaal onder de leesliniaal door laten gaan.
met kind op zoek gaan naar vaak voorkomende woorden of “moeilijke” woorden. (hoe vaak komt het woord “heel” in het verhaal voor?)
Kind leest het verhaal nog een keer.
Kind maakt illustratie bij het verhaal.
Kind neemt verhaal mee naar huis.
Inspanningsverplichting van de ouders om het een aantal keren per week intensief te lezen.
meenemen naar school, nog een keer lezen.
Opbergen in de persoonlijke en groepsleesmap van de klas.
Een kopie mee naar huis, 1 in het boek.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *