kerstdeur

 

77 leroy
‘Meester, wat is dat nou?’, vroeg Mees verbaasd.

‘Wat is dat nou? Hoe bedoel je, wat is dat nou?’, zei meester guitig. ‘Je kunt toch wel zien wat dat is, of kun je niet zien wat dat is, Mees?’
‘Ja, een deur natuurlijk. Dat zie ik wel’, zei Mees simpelweg.
‘Precies, het is een deur’, zei meester. ‘Een eeehhh… tja…  een euhm… kerstdeur, zogezegd.’
‘Een kerstdeur?’, vroeg Yorinde. ‘Maar we zouden nu toch een kerstboom versieren. Waar is onze kerstboom dan?’
‘Hmmm, tja… euhm… die eeeh…’, begon meester een beetje schokkerig.
‘Je wilt zeker geen kerstboom, meester, omdat je vorige jaar met kerstboom en al onderuit bent gegaan toen je de piek er bovenop wilde zetten’, lachte Mees.
‘Ach ja… dat zal het zijn. Vorig jaar ben ik lichtelijk aangevallen door het engelenhaar en de kerstballen en de piek en de kerstboom zelf. Daarom dus… dit jaar dus… geen kerstboom in deze klas dus…’
‘En dus maar een deur dus?’, vroeg Charlie met verschrikte ogen.
‘Ach ja… dat zal het zijn. Een echte kerstdeur’, zuchtte meester.
‘Hoezo dan, meester? Je hebt altijd bizoendere dingen maar dit is toch wel héél erg bizoender. Dit is misschien wel het bizoenderste wat je ooit hebt gedaan’, zei Yorinde.
‘Ach ja… dat zal het zijn. Wie zal het zeggen? Nou ja…ik zal het maar zeggen… dus. Weet je? Een kerstboom is eigenlijk gewoon maar een kerstboom. Elk jaar zetten we zo’n ding in school en na een paar weken gooien we hem door de deur het lokaal weer uit.’
Meester laste een pauze in.
’We denken in deze tijd van het jaar na over  kerstigheid en alles wat daar mee te maken heeft. Dat is wel voor iedereen anders en juist dat maakt ook dat kerst zo’n eeehhh… fijne tijd is. Wat ik wil is dat we weer eens anders gaan kijken naar kerst, waarde kwajongens en kwameisjes. Dat doen we door deze deur. Onze kerstdeur.’

Het was muizerig stil in de klas. Iedereen keek naar de deur en naar meester Korneel. Ik zag dat hij geen grapje maakte.
‘Ik zie dat je niet zo maar wat zegt, meester. Je grapt geen grapje. Een kerstdeur dus. Hoe kom je eigenlijk aan die deur en wat wil je er precies mee?’, vroeg ik.
‘Weet je Steen, dát weet ik dan weer niet. Waar ik de deur vandaan heb gehaald is niet zo belangrijk. Waar hij is, dat is belangrijk. Mijn idee is dat jullie nadenken over hoe we deze eenvoudige deur kunnen beschilderen. Hoe kunnen we van de deur een kerstdeur maken?’

Het was nog muizeriger dan muisstil in de klas. Iedereen keek naar de grijze deur.
‘Mogen we de deur echt gaan beschilderen, meester?’, vroeg Henke.
Meester knikte.
We schoven allemaal wat onrustig op onze stoelen heen en weer.
‘Sterk, meester’, zei Charlie. ‘Hoe kom je er op?’
Meester zweeg.

‘Ik zou er wel een ster op willen schilderen, meester’, fluisterde Jorien.
We keken naar Jorien.
‘Ik hoor dat je fluistert, Jorien’, zei meester. ‘Maar de tranen op je wangen schreeuwen bijna om onze aandacht. Vertel het maar… een ster. Ik denk al dat ik weet waarom jij een ster wilt.’
‘Voor mijn oma. Omdat ze een paar maand geleden is overleden’, fluisterde Jorien terwijl haar tranen nog harder schreeuwden.
‘Doen, meester’, zei Majorie.
Majorie zegt niet vaak wat in de klas. Nu wel en iedereen keek naar haar. Ze zat kaarsrecht rechtop en keek meester strak aan.
‘Een ster voor de oma van Jorien. Gewoon doen! En ik zou wel een maan willen zien op de kerstdeur’, zei Majorie. ‘Ik kijk vaak naar de maan. Dan fantaseer ik dat ik op de maan op een maansteen zit en naar de aarde kijk. Dan zie ik mezelf in de klas en ik zie hoe gezellig we het hebben. Daarom de maan’, zei Majorie duidelijk.
‘Wauw… mooi zeg’, zei Gjalt. ‘Ik wou dat ik dat ook zo mooi kon bedenken en zeggen. Mag ik ook wat eeeh… nou ja… voorstellen? Wat ik graag zou willen, bedoel ik.’
Niemand zei wat. Gjalt kon aan onze gezichten zien dat hij mocht zeggen wat hij wilde zeggen.
‘De nacht en de dag. Daar denk ik aan’, zei Gjalt. ‘Wij hebben het hier gezellig maar mijn oom Karel heeft het niet zo gezellig. Voor hem is het vaker nacht dan dag. Dat zei hij laatst toen hij bij ons thuis was. Ik hoop zó dat het weer vaker dag wordt dan nacht’, zei Gjalt. ‘Nu is het niet leuk voor hem. Ook niet voor mij want we doen de laatste tijd helemaal geen rekenspelletjes meer samen.’
Gjalt zuchtte.
‘Dag en nacht, een ster en een maan dus… hmmm… klinkt goed’, zei meester. ‘Iemand nog een ander idee?’
‘Een raket’, mompelde Jarig.
‘Een raket?’, vroeg meester. ‘Interessant. Waar denk je aan?’
‘Nou… ik eeh… ik denk dat er wel veel meer mensen eens vanaf de maan naar de aarde willen kijken om te zien hoe gezellig het in onze klas is’, zei Jarig aarzelend.
‘Of om over de wereld te vliegen om overal kerstdeuren neer te zetten’, zei Elle Mieke.
‘Dat is een mooi idee, Elle Mieke’, zuchtte Humphrey. ‘Iedereen een kerstdeur. Dan kun je die deur ook open zetten om anderen uit te nodigen om binnen te komen.’
‘Kerstdeuren voor de wereld’, mompelde meester Korneel. ‘Ik wist wel dat het een goed idee was om geen kerstboom te versieren. Ga je gang…’, zei hij.
Zonder wat te zeggen keken we allemaal en op hetzelfde moment naar Elle Mieke. Zij is onze schilderes. Zij kan tekenen zoals niemand anders kan tekenen en schilderen zoals niemand anders kan schilderen. Elle Mieke stond op, pakte een kwast van de instructietafel en begon gewoon. Ze toverde wat donkerblauw en wat lichtblauw en we zagen dat het dag en nacht werd. Ze klodderde strelend wat geel en we zagen dat het een maan werd. Daarna stippelde ze aaiend aarzelend nog wat gele vlakken die opeens en onverwacht verdacht veel op sterren leken. Ze kladderde en kliederde en klodderde en wij keken. Niemand zei wat. We waren muizigstil. Meester zat op een krukje en leek kleiner dan hij eigenlijk was. Hij keek en glimlachte, net als wij. Elle Mieke frustelde een raket en tekende wat vloeiende strepen waardoor de maan een gezicht kreeg en vrolijk naar ons lachte. De deur veranderde waar wij bij zaten. De grijze deur werd een kerstdeur zoals nog nooit een deur een kerstdeur was geworden. Elle Mieke prikte wat zacht rode klodders verf aan de deurrand en liet de maan helder schijnen door een lichtgevende rand om de buitenste rand van de maan te schilderen.
Het was stil en we keken. We keken en opeens, zonder aankondiging, legde Elle Mieke de kwasten keurig netjes naast elkaar neer en bleef staan. Haar handen in de zij, haar ogen gericht op de deur.
‘Klaar’, zei ze.
Het werd olifantenstil in het lokaal. Iedereen juichte en applaudisseerde. Iedereen riep door elkaar en meester Korneel gaf Elle Mieke een hand, een schouderklopje en een aai over haar hoofd.
‘Wauw’, zei meester.
‘Wauw’, echode een andere stem.
Het was directeur Zwarfdreumer. Hij kwam verder ons lokaal in en keek van Elle Mieke naar de deur en van de deur naar ons en van ons naar meester Korneel. Daarna weer naar ons en naar Elle Mieke.
‘Dat is de deur naar mijn kamertje’, fluisterde hij heel langzaam.
Meester Korneel krabde aan zijn kin en streek over zijn eigen piekerige haar.
‘Hmmm… eeeh…. tja… dus… euhm… tja, die deur. Ik had een deur nodig om iets uit te leggen maar euhm… tja, je weet wel… bizoendere kinderen met bizoendere ideeën. We hebben van je directiekamerdeur een kerstdeur gemaakt’, zei meester Korneel zacht.
‘Dat zie ik… mijn deur een kerstdeur. Tjonge. Hij is trouwens wel erg opgeknapt zeg, mijn deur. Maar eeeh… hoe kan ik nu in mijn kamertje werken?’, vroeg de directeur.
‘Gewoon, zonder deur’, zei Gjalt eenvoudig.
‘Gewoon zonder deur dus. Tja, dat moet dan maar’, zei directeur Zwarfdreumer.
‘Dus u bent niet boos?’, vroeg Henke.
‘Boos? Jongen, nee. Ik ben niet boos. Volgens mij hebben jullie iets heel…. euhm…. hoe noemen jullie dat toch ook in deze klas… eh… bizoenders gedaan. Volgens mij hebben jullie een mooie kersttijd, een kerst die past bij jullie en bij jullie kerstdeur!’
Directeur Zwarfdreumer sloop het lokaal uit.
‘Fijne dagen de komende kerstige dagen’, zei hij aardig. ‘Ik vermaak me wel, zonder deur.’

Het duurde lang voor er wat werd gezegd.
‘De maan op onze kerstdeur lacht, meester’, zei Jorien.
‘Dat heb je goed gezien, Jorien. Dat heb je heel goed gezien. Dit wordt een mooie kersttijd.’
‘Dit is al een mooie kersttijd, meester!’, zei Elle Mieke.
We knikten en meester pakte de kerstdeur voorzichtig op. Hij zette hem tegen de muur naast de deur  van ons lokaal.
‘Mooi’, zei hij. ‘Heel mooi!’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *