jaarverslag hoc jo11-3

jaarverslag hoc jo11-3

 

Ik kijk in het grote rode boek dat ik altijd bij me heb tijdens wedstrijden. Ik noteer er de namen in, de opstelling, de wissels, de doelpuntenmakers en zo nu en dan ook wie er een penalty raak schiet. Ik zie doorhalingen en omcirkelingen; golfbewegingen en kruisjes; ik zie opstellingen zonder namen, notatie van minuten waarin iemand scoorde; wie de was doet en wie er een verslag mag maken. Ik zie gekke kriebels en weet weer wat ik probeerde duidelijk te maken aan de spelers: Over keuzes maken; over dat iedereen zijn best doet; dat soms een bal niet aankomt; of half; of bijna. Ik kom de notitie tegen over het nemen van penals. Drie regels hebben we daarbij: tussen de palen; onder de lat en achter de keeper.

Oersimpel, maar het werkt. Sterker nog… de meeste wedstrijden wonnen we met penalties schieten. Dat kunnen we. Er is nog iets waar we heel goed in zijn en wat ik steeds benadruk: sportief zijn. Soms schopten we per ongeluk een tegenstander. Dan stopten we met voetballen en vroegen we: ‘Gaat het?’ Dat snap ik heel goed. We hebben een team met spelers die niet in alle gevallen voetballers willen worden, we hebben een team met jongens en een meis die graag willen voetballen.

We zijn fanatiek maar weten soms na afloop niet welke stand er op het scorebord stond. We beginnen elke wedstrijd vol goede moed (die ons wel eens in de schoenen zakt als we binnen 1 minuut met 2 – 0 achterstaan) en we houden frisse moed. We horen de aanmoedigingen vanaf de kant soms, maar meestal ook helemaal niet of niet helemaal wanneer we voetballen. We hebben prima gekeept. Ga maar eens in het doel staan en bedenk eens hoe je reageert als er zo’n geslepen spits alleen op je afkomt… dan zou het je soms driedubbeldun door de broek schieten als je zo’n spits met uitpuilende ogen, een fanatieke snottebel onder de neus gedrupt en met het schuim op de mondhoeken op je af ziet komen. Maar nee hoor. Nikia en Steijn bleven dan altijd gewoon staan, wierpen hun charme en wilskracht in de strijd en pareerden, waar ze konden natuurlijk, menig kanonskogel die op ze af werd gevuurd. Vaak stonden zij aan de basis voor een interessante, soepel lopende aanval.

Ik weet… een aanval kan niet lopen… het is maar een uitdrukking. Wie wel kunnen lopen? iedereen. Neem nou Tijn, Raoul, John. Ik pootte ze vaak in de verdediging omdat ze met hun bewegingen vaak tegenstanders tot wanhoop brachten. Waarom? Omdat die wel eens probeerden dwars door dit drietal heen probeerden te lopen. NO WAY dat dat gebeurde. Tijn, Raoul en John wisten menig tegenstander naar de zijlijn te dirigeren, ze keken naar de bal, keken diep in de ogen van de steeds meer zenuwachtig wordende aanvallers en hypnotiseerden hen met Harry Potter achtige onhoorbare sproverteuken. Ik bedoel: toverspreuken. “Hopsiekalorum stiekemdorum” Dat was hun toverspreuk om de tegenstander wijs te maken dat die echt niet kon voetballen… Wel eens gehoord aan de kant van het veld??? Niet??? Zie je wel dat ze het dan onhoorbaar genoeg hebben gedaan! Natuurtalenten, die drie. Soms werkten de sproverteuken niet, of hadden hun tegenstanders oordopjes in. Nou ja, je kunt niet alles hebben…

Thijs Z. kon ik overal wel neergooien. Ik bedoel neerzetten! In de verdediging, op het middenveld of in de spits. Soms vergiste hij zich en kon je zijn lange benen overal tegenkomen. En ook nog overal tegelijkertijd. Dan knipperde ik met mijn ogen. Vóór mijn ooggeknipper stond hij dan achterin en ná de oogknipper op het middenveld en na wéér een knipperoog in de spits. Echt waar. Hij leek dan wel balhorig (dat is iemand die overal tegelijkertijd is). Ik zal zijn doelpunt tegen dat ene team waarvan ik niet meer weet welke het is niet snel vergeten. Dat was een balhorig doelpunt van grote afstand en weergavol (dat is positiever dan weergaloos).

Op het middenveld hadden we ook Thijs H die als een diesel over de as van het veld bewoog. Soms leek het of zijn voeten zich dreigden te verslikken in de bal maar… niets is minder waar… Hij neemt dan een aanloop om een aanloop te nemen (of zoiets) en sprintte dan, met de bal aan de voet, tot bij de keeper. Of moet ik zeggen… tot voorbij de keeper. Menig doelpunt ging op die manier. Zoiets van zig zag huppel frustel loop ren goal!

De doelpunten van Marijn waren compleet anders. Hij maakte er een gewoonte van om met zijn linkervoet doelpunten te scoren. Heul bijzonder voor een rechtspoter. Marijn heeft van die acties die onnavolgbaar zijn. Voor iedereen behalve voor hemzelf. En daar hebben we meer voorbeelden van. Twan bijvoorbeeld. Hij dartelt over het veld. Zo nu en dan bekijkt hij het spel van een afstandje, of van een afstand, afhankelijk van waar de bal is en dan maakt hij, in zijn hoofd, al een plannetje. Het lijkt dan of hij precies weer waar de bal terecht zal komen en… daar staat hij dan. Hij neemt de bal onder zijn hoede, maakt wat scherpe sleepbewegingen met elastieken benen en scoort… zo makkelijk dus.

Floris Jan is ook een renpaard. Als een gazelle beweegt hij soepel en onverschrokken over het veld. Hij zweeft soms, zo lijkt het en als hij het op zijn heupen krijgt dan maakt sprint hij met en zonder bal langs de lijn in de richting van het doel. Vaak staat hij daar waar je hem niet altijd verwacht en dat is vooral heel lastig voor de tegenstander. Hij pikt zijn goaltjes mee door op onverwachte momenten vlak voor de keeper op te duiken.

Een fijn team om te coachen, dat is HOC o11-3. Een team dat de eerste helft van het seizoen mooie overwinningen boekte en spelers die lieten zien dat ze het spelletje gewoon heel leuk vinden. Het was een genoegen om leider te zijn van jullie. Dank jullie wel!!!