… en Vincent van Gogh

MK-promo01Meester Korneel beleeft veel en veel te veel. ’Wanneer krijgen we weer eens tekenles, meester? De directeur heeft toch nu zo langzamerhand wel weer verf gekocht, toch?’, vroeg Gajlt. ’Ja… al lang. Je hebt me toch meegeholpen om het in de berging te zetten, of niet?’, vroeg meester Korneel een beetje aarzelend. ’Dat was ik, meester’, zei ik. ‘Je mopperde nog wat op de directeur omdat hij die goedkope rommel had gekocht. Je zei dat je er geen mooie kunstwerken mee kon maken. Je zei zelfs dat je er alleen je nagels mee zou kunnen lakken.’ Meester keek om zich heen. ’Nee, dat heb ik vast niet gezegd. Heb ik dat gezegd?’, vroeg hij wat pieperig. ’Ja, je zei ook nog dat Vincent van Gogh die verf alleen maar zou gebruiken om zijn handen mee te wassen. Zo waterig dun vond je de verf… toch?’, zei ik. Ik wist het zeker maar meester schudde zonder woorden zijn hoofd. ’Meester, je zou zelf toch een keer mee doen met een schildersles, toch?’, vroeg Gjalt. ‘Je zou schilderles krijgen over Vincent van Gogh en hoe hij tekeningetjes maakte. Meester keek verstoord naar Gjalt. ’Jullie onthouden te veel van het verkeerde. Ik kan in deze klas van deze krakkemikkige school met die lokalen waarvan de muren oren hebben ook niets zeggen of jullie horen het en onthouden het’, mopperde meester Korneel. ’Als je niets zegt, dan kunnen we het ook niet horen, meester’, zei Gjalt slimmetjes. ’Hmmm… het is zo erg met jullie dat zelfs als ik niets zeg jullie het toch horen en onthouden’, zei meester en keek ons indringend aan. ’Dat komt omdat we je gezicht kunnen lezen, meester, als een open boek’, hoorden we Majorie plotseling zeggen. Majorie kon de dingen altijd op een manier zeggen, zo mooi, daar waren we altijd even stil van. Meester ook. ’Hmmm… Mijn gezicht een open boek. Mooi gezegd, Majorie. Maar Gjalt heeft gelijk. Ik heb inderdaad een schilderles gehad. Afgelopen weekend was dat. Een enige echte ‘Vincent van Gogh schilderles’ in Nieuw Amsterdam, bij het huis waar Van Gogh honderzoveeldezoveel jaar geleden gelogeerd heeft. Ze hebben daar een Van Gogh kamer ingericht zodat je het idee hebt dat Vincent net even weg is gelopen om wat kwasten te kopen en zo weer terug kan komen. Ik kreeg les, samen met vijf schilders.’ ’Schilders… sinds wanneer ben jij een schilder meester?’, vroeg Charlie. ’Ben ik ook niet. Ik zei dat ik er was met vijf schilders. Zij waren de schilders, ik eeeeeh… tja… ik de meester die weer eens wat wilde leren. We kregen les van een nuffige deftige hotemetoterige dame, Babs Inth. Babs sprak een beetje huppeldepuppel de puppel, met haar neus in de lucht en haar pruimenmondje wat zuinig aan de mondhoeken’, zei meester Korneel een beetje overdreven. ’Had ze lang haar, een wipneus en paarse kleren aan, meester?’, vroeg Janka. ’Eeeeh, ja… hoezo?’, vroeg meester stilletjes. ’Ooooh… da’s mijn tante. Tante Babs. De tante waar we het thuis nooit over hebben omdat ze zo’n huppeldepuppeltante is die alles weet en niet luistert als ze het een keer niet weet. Die tante Babs dus’, zei Janka glimlachend. ’Je omschrijft haar ook mooi, Janka. Dus ze komt niet zo vaak meer bij jullie?’, vroeg meester. ’Nooit’, antwoordde Janka. ‘Ze was ooit getrouwd met mijn oom Theo maar ze zeggen dat ze met hem getrouwd is geweest vanwege zijn geld of zo. Maar eh… hoe was het met tante Babs?’ ’Hmmm… tante Babs wist het allemaal héél goed. Te goed bijna. We gingen aan het kanaal zitten waar Vincent ook moet hebben gezeten. Ze kon heel goed commanderen. ‘He ezel, wil je mijn ezel ook wel even dragen? vroeg ze me lachend. Ze lachte zelf het hardst om haar eigen grapjes. Ik pakte haar ezel en haalde mijn schouders op. Ze begon allerlei dingen uit te leggen over de manier waarop Vincent van Gogh schilderde. ‘Vince… ja, zo noem ik hem hoor’, huppelde puppelde ze. ‘Vincent vind ik zo lang. Vince schilderde op een manier die… ja, op een manier die… nou ja, gewoon, op zijn eigen manier schilderde hij. Hij hield de kwast altijd zo vast.’ Babs pruimenmondje ging wat zuinig open en dicht. Ze deed voor hoe het moest en wij moesten het nadoen. ‘Nee, zo niet…’ mopperde ze huppeldepup tegen mij. ‘Wat ben jij toch een rare kwast’, zei ze en ze lachte weer het hardst. ‘Ha ha, leuk grapje. Die ezel met die kwast is een rare kwast. Om je te bescheuren gewoon. Kijk maar goed naar mij. Ik weet hoe het moet want ik heb Vince en zijn schilderijen gebestudeerd’, huppeldepuppelde onze Babs. Ik heb toen gezegd dat het woord gebestudeerd niet bestaat in het Nederlands maar ze zei niets. Ze keek me alleen wat vernietigend aan en ging verder met haar verhaal. Ondertussen liet ze ons de schildersezels in de berm van het kanaal zetten. Er stonden al stoelen en een tafel met kwasten, water en verf. ‘Vince had maar één oor, zei ze, en met het overgebleven oor kon hij heel goed horen.’ Ik vond het maar flauwekul wat ze zei. Ik wilde leren schilderen zoals Vince dat deed maar ja, ik moest wel luisteren naar tante Babs. Ze zei nog meer maar het ging mijn ene oor in en mijn andere oor weer uit zonder dat ik precies hoorde wat ze zei. Opeens had ik door dat ze wat aan me had gevraagd. Ik wist niet wát ze had gevraagd en ze werd wat bozig. ‘Flutterdefrut’, zei ze en ‘flotterdeflot’. ‘Hutserdehuts en klutserdekluts’, of zoiets. ‘Zet je oren open als ik wat tegen je zeg’, snerpte ze piepend en griepend en zwiepend en kiepend tot mijn oren er van gingen suizen. Ik weet nog dat ik heb gezegd dat ik niet kon heksen en blauwverven tegelijk maar dat hoorde ze niet.’ ’Heksen en blauwverven, meester”, vroeg Janka. ‘Wat is dat nou weer voor uitdrukking?’ ’Geen idee, zei mijn uitvindopa altijd als hij verschillende dingen tegelijkertijd moest doen terwijl hij er tegelijk geen tijd voor had.’ Janka knikte. Meester ging verder met zijn Babs verhaal. ‘Je moet vooral werken met geel’, kletste ze tegen ons allemaal. ‘Vince hield erg van geel. Vandaar zijn zonnebloemen’. Toen legde ze wat uit over het mengen van gif…. eeh mengen van verf en hoe je dat het snelst zou kunnen doen. Bij mij ging het niet zo snel en dat kreeg ik te horen ook. ‘Dat van jou auw… dat doet me pijn aan mijn ogen. Mi auw en auw en krasser de kras nog eens aan toe, zeg, je kleuren komen helemaal niet goed uit de verf.’ Daarna lachte ze weer als hardste want ze vond dat ze een reuzegrap had bedacht. ‘Je kleuren komen niet uit de verf…’ zei ze nog een keer. ‘Babs’, zo zei ze tegen zichzelf… ‘Babs, je bent subliem. Je bent …eeeh een echte Babs’, zei ze. Daarna lachte ze weer een keer piepend en knarsend en huppeldepuppelend. Ik keek haar aan en had zin om… ja, ik wist het eigenlijk niet… ik schilderde gewoon wat en ik schilderde en ik deed mijn best….’ Meester keek om zich heen. ’Meester???’, vroeg Janka waarbij ze wel drie vraagtekens lang het woord meester vroeg. ’Jaaaaaaahhh???’, antwoordde meester net zo lang als Janka. ’Meester, wat heb je eigenlijk geschilderd?’, vroeg Janka. ’Gewoon, een portret.’ ’Van Vincent van Gogh, meester?’, vroeg Janka. ’Nou, meer in de stijl van Vincent van Gogh. Waarom vraag je dat?’, grinnikte meester. Janka keek om zich heen maar hield haar kaken stijf op elkaar. ’Mijn portret ging best goed. Ik had een paar zonnebloemen getekend, en een landschap met een balkende ezel.’ ’Heeft Vincent wel eens ezels getekend, meester?’, vroeg Jorien. Meester Korneel haalde zijn schouders op. ’Geen idee. meester Korneel van Gogh in elk geval wel. Babs huppeldeflupperdeplup zwierde en zwaaide met haar paarse flinterende jurk langs het kanaal en langs de schilders. ‘Met wat voor verf schilderde Vince eigenlijk het liefst?’, vroeg ze, meer aan zichzelf dan aan ons. Ze kwam naast mij staan en keek naar mijn schilderij. Ik zag haar gezicht een beetje erg betrekken. Ze keek plotsklaps alsof ze haar laatste oortje had versnoept. Ze werd bleek. Daarna lichtelijk rood, donkerder lichtelijk rood en nog donkerder minder lichtelijk rood. Ze werd rood en wat donkerder rood, ze werd roder dan rood, een beetje paarsrood. Daarna nog paarser rood tot ze zo paars en pimpelpaars werd dat er geen verschil meer was tussen haar gezicht en haar jurkerige flinterende gewaad. Ik was bang dat ze explodeerde, dat ze oververhit zou raken en nog oververhitter dan oververhit. Ze gaf opeens een gil en plotseling een schreeuw. Ze krijste en schreeuwde en opeens… opeens lag ze in het water… zomaar. Gewoon zomaar lag ze in het kanaal waar Vincent van Gogh langs moet hebben gelopen. Ze spartelde pruttelend en watertrappelend. Haar paarse kleur werd van rood weer lichtrood en bleekjes. Proestend en hoestend werd ze op de kant getrokken. Dat zag ik van een afstandje want ik had afscheid genomen van Babs die zomaar gewoon in het water terecht was gekomen. Waarschijnlijk van de schrik om wat ze zag. Ja, dat moet het zijn geweest. Onverklaarbaar en … ja… dus… ach…’ Meester grijnsde van oor tot oor. ‘Ik wilde nog zeggen dat Vincent van Gogh waarschijnlijk met waterverf een kanaal schilderde maar… ach… tja… dus… dat heb ik maar niet meer gezegd. Het leek me beter om niets te zeggen. Fluitend ben ik met mijn schilderij weggelopen.’ ’Krijg je ervan als je huppeldepuppelend grapjes maakt over anderen en niet zo goed luistert’, zei meester op een meesterstoontje. ’Heb je dat schilderij ook eigenlijk mee genomen, meester?’, vroeg Janka. Meester knikte. Hij liep naar de berging en kwam even later terug met een schildersdoek. Hij draaide het om toen hij voor de klas stond. ’Tante Babs!’, riep Janka verrast en ze begon te lachen. Meester lachte schaapachtig mee. We zagen wat meester had geschilderd en snapten waarom Babs Inth gilschreeuwend pimpelpaars was geworden. Meester had een paar zonnebloemen getekend en een ezel. De ezel had het gezicht van een vrouw, van tante Babs, de schilderes. We gniffelden en gniffelden nog een keer. ’Het lijkt best wel, meester’, zei Janka. Meester knikte. ’Ik zal hem bij mijn verzameling bizoendere dingen zetten’, zei hij.

‘Doe dat, meester. Doe dat’, zei Janka. Meester zette het schilderij grijnzend bij de rest van zijn verzameling met bizoendere voorwerpen. Die verzameling werd steeds groter.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *