de kerstezel

dagblad 001‘Meester, die ster hè, moet die niet recht boven de kerststal hangen?’

Majorie keek met haar helderblauwe ogen van meester Korneel naar de kerststal die hij net vol trots in het lokaal had neergezet en ingericht.
‘En die schapen, meester, het zijn net echte plukjes schapenhaar met pootjes van zwarte wattenstaafjes’, zei Henke opmerkzaam.
‘Kijk eens naar die os’, deed Charlie een duit in het zakje. ‘Die zakt zowat door alle vier zijn poten tegelijkertijd. Heb je deze kerststal in ‘de koopjesschuur’ gekocht?’
‘Kijk die kribbe dan. Het lijken wel geschaafde ijscostokjes die krakkemikkig tegen elkaar aan zijn geplakt’, vulde Humphrey aan.
‘Maria is wel mooi, meester’, zei Elle Mieke. ‘Het lijkt wel of ze schijnt met haar blauwe mantel. En ook al lijkt het of ze geen gezicht heeft, ze straalt naar alle kanten.’
Een aantal kinderen knikte.
‘Die kerststal is niet de allermooiste, meester’, zei Jarno. Het zijn volgens mij wat schots en scheef in elkaar getimmerde berkentakjes met wat verdwaalde plukken stro op het dak.’
Meester stond bij de kerststal en krabde bedachtzaam aan zijn kin. Hij had geluisterd naar het commentaar en drentelde wat zenuwachtig heen en weer.
‘Wie het gemaakt heeft?’, vroeg hij, schijnbaar om tijd te winnen.
We knikten.
‘En ik zie ook geen ezel’, riep Janka.
‘Ik wel’, mompelde mevrouw Krankheimer, de schoolschoonmaakster, die net het lokaal kwam. Ze zag er bijzonder uit. Ze had een gerafelde jurk aan, een dikke, veel te lange trui en om haar schouders had ze een schapenvacht. Alsof ze zelf niet door had dat we haar aanstaarden riep ze luid:

‘Dag Korneel, ouwe ezel van me. Waarom heb je het raam eigenlijk een beetje open. Het is hier stervenskoud.’
Meester Korneel reageerde in vertraging. Hij draaide zich naar mevrouw Krankheimer en wilde wat zeggen.
Charlie was ongeduldig. Hij wilde antwoord op de vraag die net was gesteld.
‘Nou, meester, wie heeft dat krakkemikkige kerstding in elkaar geflanst met al die hulpeloze dieren die elk moment door hun poten kunnen zakken?’
Mevrouw Krankheimer keek alsof ze met blote voeten in punaises was getrapt.
‘Hoe bedoel je?’, riep ze venijnig en wees haar vinger priemend naar Charlie.
Die lachte, zich van geen kwaad bewust en terwijl meester Korneel zijn best deed om zonder woorden tegen Charlie te zeggen dat hij zijn mond moest houden maar Charlie wees breed lachend en met weidse gebaren wees hij naar de kerststal.
‘Nou, dat dus. De schapen zijn pluizenbolletjes zonder pootjes, de os zakt door zijn hoeven als je er tegen aan blaast, de stal zelf moet gestut worden omdat hij anders onbewoonbaar wordt verklaard en de ster staat in het oosten maar niet precies er boven.’
Mevrouw Krankheimer werd rood in het gezicht en iedereen, behalve Charlie, wist opeens wie het kunststuk zo had gemaakt: mevrouw Krankheimer.
Ze zette haar handen in haar zij, plaatste haar voeten stevig op de vloer, stak haar kin strak naar voren maar op het moment dat ze op haar kenmerkende krijsend krakende stem wilde uitvallen naar Charlie, en dus eigenlijk naar ieder van ons, ontspande ze.
Charlie kreeg door dat hij beter zijn mond had kunnen houden. Hij merkte toen pas dat meester Korneel zijn vinger op zijn lippen legde om Charlie te laten zwijgen.
‘Die kerststal…’, begon mevrouw Krankheimer. Ze wreef zich in haar ogen alsof ze tranen weg moest pinken en liet toen haar schouders zakken. Daarna glimlachte ze.
‘Ha, daar had ik jullie even te pakken. Jullie dachten zeker dat ik dit krakkemikkige ding had gemaakt. Maar nee hoor. Dat is het werk van jullie opperbeste meester Korneel. En die heeft er heel lang over gedaan om de kerststal er zo labbekakkerig mogelijk uit te laten zien.’
Verbaasd keken we van mevrouw Krankheimer naar meester Korneel.
Die hief zijn handen omhoog.
‘Soms gaat het niet om hoe iets er uit ziet’, zei meester verbazend kalm en heel serieus. ‘Dan gaat het om het verhaal, om de inhoud, en niet om de vorm. Het gaat om het verhaal dat hoort bij deze stal. Niet alleen het verhaal de geboorte van Jezus. Over dat er geen plek voor Jozef en Maria was in de herberg en dat ze in een krakkemikkige stal moesten overnachten. Het gaat niet alleen over het verhaal van de tocht naar Bethlehem op een ezel, of over de engelen die zongen nadat Jezus was geboren en in een voederbak werd gelegd. Het is niet alleen het verhaal van de herders die Jezus wilden zien, of over de ster waar de wijzen uit het oosten op af kwamen. Zo’n stal in de klas is veel meer dan dat.’
Meester Korneel ging op een stoel zitten. Mevrouw Krankheimer sloop door de klas. Heel in de verte klonk een geluid dat ik niet thuis kon brengen. Ik meende het gebalk van een ezel te horen. Ik schudde de gedachte uit mijn hoofd en keek naar meester.
‘Een paar jaar geleden, jullie zaten nog in de kleutergroep bij juf Berlinda, liep er in december een echtpaar uit Zweden door Nederland. Eric en Marthe waren hun namen en ze wandelden met een ezel en een paar honden in een traag tempo over Gods wegen om van elkaar en de omgeving te genieten. Ze kregen overal onderdak, eten en vertelden aan iedereen die het wilde horen hun verhaal. En in die decembermaand liepen ze hier in de buurt. Jullie zijn toen met z’n allen naar buiten gegaan om ze voorbij te zien lopen. Directeur Zwarfdreumer heeft nog met ze gesproken en voor die avond en nacht onderdak voor ze gevonden: bij hem in de achtertuin. Ik ben er ’s avonds naar toe gegaan en heb bij het kampvuur met ze gesproken. Dat was niet zo makkelijk want mijn Engels was niet zo goed. Maar soms hoef je niets te zeggen om wat te begrijpen. Ze vertelden dat ze rondliepen om het verhaal van de ezel te verkondigen. De domme ezel, zoals het spreekwoordelijk genoemd wordt, is heel belangrijk geweest in het kerstverhaal. Iedereen, zo zeiden ze, dacht bij kerst aan de kerstboom, aan feest en vrede op aarde en aan de geboorte van Jezus. Ze vonden ook dat het de tijd is om eens goed om je heen te kijken. Om nog beter naar de mensen om je heen te kijken en je af te vragen wie ze zijn en vooral, wat ze nodig hebben. Daarom liepen ze met een ezel. Het was de ezel die Maria naar Bethlehem bracht en was ook maar mooi als een van de eersten op aarde getuige van de aanwezigheid van Jezus.
Eigenlijk vertelden Marthe en Eric dat je goed leert kijken als je het kerstverhaal ook een keer bekijkt vanuit de ogen van de ezel.
Dat je, zoals jullie net bij deze kersstal, niet direct iets moeten denken waarvan je niet zeker weet of het waar is. Je moet verder kijken dan je neus lang is. Het mooie zien door de lelijkheid die je eerst denkt te zien.
En bij mensen moet je in gesprek gaan, juist met degene die je niet zo leuk vindt.’
Meester keek ons aan en liet even een stilte vallen.
‘En… je moet op zoek gaan naar de ster die de ander altijd, maar soms voor jou verborgen, bij zich draagt. Of misschien moet je wel op zoek gaat naar wat de ander kan, naar de ster die de ander ís. En, zo zeiden Marthe en Eric, soms hangt de ster niet helemaal recht boven de ander. Dan zie je de ster eerst niet terwijl hij er echt wel is. Weten jullie, ze hebben me op die avond geleerd dat zien meer is dan kijken en luisteren verder gaat dan horen.’

Meester Korneel zuchtte en stond op van zijn stoel. Hij liep naar de kerststal en pakte de os. Hij streelde de wollige haren, boog de poten zo dat ze rechter stonden, verboog de kop zodat het weer een echte kop leek en zette hem dan onder het dak van de kerststal in de buurt van de kribbe. Vervolgens nam hij een voor een de schapen en gaf ze ook een schoonheidsbehandeling.
‘Zijn ze nu anders?’, vroeg mevrouw Krankheimer. ‘Het is hetzelfde materiaal, dezelfde wol, dezelfde pootjes, alleen wat anders in model gebracht. Let niet altijd op wat je eerst ziet maar kijk verder en vraag door.’
Meester wees naar de ster. ‘Daarom hangt de ster niet recht boven de stal. Jullie hebben allemaal in je hoofd hoe dingen horen. Wanneer de ster precies boven de kribbe had gehangen hadden jullie er niets over gezegd. Nu hebben we het er wel over. Marthe en Eric hebben me dat duidelijk gemaakt.’
We knikten stil. We snapten het.
Ik hoorde in de stilte weer hetzelfde geluid als net. Ik had me niet vergist. Ik hoorde duidelijk het gebalk van een ezel.
Meester Korneel kreeg een grote lach op zijn gezicht.
Hij pakte Jozef en Maria en zette ze in het midden van de stal.
‘Ik heb de stal gemaakt’, zei hij. ‘Ik had de opdracht van mevrouw Krankheimer gekregen om het zo schots en scheef mogelijk te maken.’
‘Dat is je goed gelukt, meester’, zei Charlie direct.
Mevrouw Krankheimer grinnikte.
‘Maar ik zie de ezel helemaal niet’, zei Jarno.
Meester Korneel en mevrouw Krankheimer keken elkaar veelbetekenend aan. Hun gezichten glommen.
‘Maar ik hoor hem wel’, zei ik.
En inderdaad klonk van heel dichtbij het geluid van een ezel.
‘Je ziet hem inderdaad niet’, zei meester Korneel. ‘Hij was behoorlijk te groot voor onze stal’, vulde mevrouw Krankheimer aan.
Op dat moment klonk het oorverdovende gebalk van een ezel door het open raam naar binnen. We liepen allemaal naar het raam en verbaasd staarden we naar buiten.
Directeur Zwarfdreumer stond met een ezel aan een touw op het schoolplein. We herkenden hem bijna niet. Hij had zijn pak ingeruild voor kleren waarvan het leek of hij ze van een zwerver had gekregen. Hij had een sjofele gleufhoed op zijn hoofd, een lange zware leren jas  en een paar stevige leren laarzen. Om zijn schouders had hij een vacht van een schaap vastgeknoopt.
Hij wenkte ons om naar buiten te komen.
Mevrouw Krankheimer stak haar hand op, als een soort van stiltegebaar terwijl we nog steeds stil waren.
‘De ezel’, zei ze. ‘ heeft last van verschillende uitdrukkingen: Zo stom als een ezel, zo koppig als een ezel. Dat wordt er gezegd. Ik vraag jullie om dit jaar met kerst een keer verder te kijken dan die woorden en eens te kijken naar de échte ezel. Naar hoe mooi een ezel eigenlijk is. Wanneer je dat doet kun je ook weer het licht van de ster zien in iedereen en zorgen we daarmee voor wat meer licht in deze wereld.’
Meester Korneel knikte. Wij knikten. We hadden het begrepen. De ezel balkte ook alsof hij het er ook mee eens was en lachend en uitgelaten pakten we onze jassen en liepen naar buiten om eens goed naar de ezel te kijken.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *