Passend onderwijs gaat over Jan

mijn jufPassend onderwijs: een containerbegrip.

Laten we blijven kijken naar het kind en niet naar dat containerbegrip. Alsjeblieft…
Jan zit bij ons in groep 3 en toch ook in groep 2. Na de zomervakantie of misschien nog daarvoor gaan hij naar een speciale school voor basisonderwijs maar in afwachting daarvan is hij nog bij ons op school. Hij wil graag, heel graag zelfs maar het lukt niet altijd wat hij graag wil en hij wil niet altijd wat wij graag willen. Jan loopt wel eens met zijn hoofd tegen een denkbeeldige deur, hij glijdt wel eens onvrijwillig over de tegels van het schoolplein of schuift met zijn hoofd naar voren door het zand. Jan wil zo graag maar zijn willen is aan grenzen verbonden, grenzen die wij soms voor hem moeten stellen, grenzen waarvan hij het moeilijk vindt om ze te begrijpen. Bij het huis van Jans ouders zijn we twee dagen aan het schilderen geweest. Alle kinderen van school hebben een deur beschilderd. Op de andere kant van hun deur komt het gedicht dat ze zelf schreven en we zetten de deuren in de berm van het kanaal dat voor school langs loopt. Jan speelt een thuiswedstrijd op maandagmiddag als de kinderen van groep 3, 4 en 5 aan de beurt zijn. Hij beschildert zijn eigen deur kunstzinnig kleurrijk met een lakroller en met een kwast. Hij verft met een penseel en hij schildert met zijn handen. Ook schildert hij, net als enkele anderen, zijn handen regenbogerig. Het kost me moeite om zijn handen na afloop schoon te krijgen en als ik zijn handen schoon heb ziet hij nog een paar potten verf staan die we nog niet hebben opgeruimd. Jan rent er op af, zet de potten bij de andere blikken waarna ik opnieuw met handen schoonmaken kan beginnen.

,,Ik help jou goed hè meester? Kan ik nog wat voor je doen meester? Moet deze pot daar naar toe?” Binnen twee seconden stelt hij drie hulpvragen en ik laat hem draven, ik laat hem lopen over het terrein dat hij zo goed kent, het terrein achter de boerderij waar hij woont. Het terrein tussen de kippen, de bok en de schapen waar Jan zo in zijn element is. Hij wordt moe, ik zie het maar hij gaat maar door. Hij wil onvermoeibaar zijn en onverzettelijk biedt hij mij zijn hulp aan. ,,Wil je ook wel een kop koffie meester? Zou ik dan wel een beetje thee mogen. Wacht maar, ik vraag het wel even aan mama.” En weg is Jan al weer. En daar is hij al weer terug.
,,Ik mag ook wel een kopje thee hoor. Met één klontje suiker. Wil jij wel suiker in de koffie?”
Ik krijg geen tijd om te antwoorden. Hij ziet aan mij wat ik wil zonder dat ik hoef te praten. Hij praat wel, hij ziet wel, hij doet wel, hij werkt wel, hij geniet wel.

,,Morgenvroeg ben ik hier weer Jan. Dan komen de kinderen van groep 1 en 2. Help je me dan ook weer?”
Dat had ik niet hoeven zeggen.
,,Tuurlijk. Ik kan goed helpen hè?”

Ik geef hem geen ongelijk. De volgende morgen ben ik om half acht op school. Snel mijn schilderskleren aan en met de auto naar de boerderij van Jan. Ik moet nog echt wakker worden als ik om kwart voor acht het erf opdraai. Ik zie de potten verf staan en ben van plan alvast wat deuren klaar te leggen. Ik stap uit de auto en zie uit mijn ooghoeken iemand opstaan. Ik draai mijn hoofd en Jan, wie anders, komt op me af.
,,Ik wist wel dat je zo vroeg zou komen. Ken ik je helpen meester?”
Tuurlijk Jan, natuurlijk kan je me helpen, natuurlijk moet je me helpen, ik reken ook vandaag op je.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *