de intocht

De intocht

Meester Korneel beleeft veel en veel te veel.
’Leuk bedacht, meester!’, zei Yorinde.
’Wat is leuk bedacht, en door wie?’, vroeg meester een beetje verdwaasd.
’Nou, gewoon. De manier waarop Sinterklaas net op school kwam. Dat heb jij toch geregeld?’
Meester stond wat te draaien en wreef over zijn kin.
’Ik?’, vroeg hij.‘Ik? Eeeeh ja… hmmmpfff… tja, ik zat inderdaad in de sinterklaas commissie. Sterker nog, ik was in mijn eentje de Sinterklaascommissie. Ja, leuk hè?’.
’Helemaal te gek meester’, zei Henke, ‘dat er vanmorgen opeens een bushalte bij school stond. En dat de bus deze keer zo maar bij school stopte om Sinterklaas uit te laten stappen.’
’Grappig ook om met hem af te spreken dat hij net moest doen of hij struikelend de bus uit zou komen vallen’, lachte Charlie.
’Ja, grappig’, zei meester flauwtjes.
’Wel erg toevallig dat er net ook een rolstoel klaar stond waar Sinterklaas toen in moest gaan zitten omdat zijn enkel zogenaamd verzwikt was’, zei ik.
’Ja, erg toevallig. Ik dacht toch werkelijk…’, mompelde meester nog even verder terwijl hij nog een keer aan zijn kin wreef.
’Ook leuk dat die zwarte pieten van de andere kant op een fiets aan kwamen fietsen. Net of ze de bus hadden gemist, meester. Hoe bedenk je dat?’, vroeg Humphrey.
’Ja, hoe kom je er op?’, vroeg meester. ‘Hoe kom je er weer af?’, vroeg hij daarna.
‘Wat ben je afwezig meester!’, zei Yorinde. ‘Wij vonden het leuk en we geven je eigenlijk complimentjes maar je straalt helemaal niet zoals je anders kunt stralen als je een complimentje krijgt.’
’Ja, en zo vaak krijg je heus niet een compliment van ons’, zei Charlie guitig.
’Ik eeehhh… ja… hhhmmmpppfff… eeehhh… hoe zit het ook al weer?’, mompelde meester.
’Kijk dus… weet je, ik hhhmmm ja, ik zit inderdaad in de sinterklaascommissie. Ik mag dit jaar alles weer regelen maar Sinterklaas heeft volgens mij zelf dingen geregeld die ik niet geregeld heb. Hij heeft geluisterd naar mij maar hij heeft het niet gehoord. Of hij heeft mij gehoord maar niet begrepen. Of hij heeft begrepen maar niet gedaan wat we hadden afgesproken. Of hij heeft eeehhh… gedaan wat oude wijze mannen wel vaker doen…’, zei meester raadselachtig.
’Wat doen oude mannen wel vaker, meester?’, vroeg ik.
’Nou, gewoon, die doen wat ze zelf het beste lijkt. Ze luisteren wel maar hebben ondertussen hun eigen plan. Ze overleggen wel maar ze doen daarna niets met wat er is overlegd. Dat doen oude mannen wel vaker. Die ervaring heb ik tenminste met directeur Zwarfdreumer. En nu dus ook met die wijze oude man die zo één keer per jaar uit Spanje komt met een gestoomde boot vol pakjes en wat hulpen die voor hem het dak op gaan.’
Meester zuchtte.
’Begrijp ik goed, meester’, zei Gjalt, ‘dat Sinterklaas op een andere manier op school is gekomen dan jij met hem had afgesproken?’
’Tja… dat begrijp je goed’, zuchtte meester Korneel een oerdiepe zucht.
’Een Sinterklaas met zijn eigen idee! Leuk toch?’, zei Gjalt. ‘Dan kun je er voor zorgen dat hij volgend jaar jouw idee uitvoert. Hoef je ook niets nieuws te bedenken.’
Meester knikte eerst met zijn hoofd, daarna schudde hij zijn hoofd.
’Volgend jaar zit ik niet in de Sinterklaascommissie’, zuchtte hij een oerknaldiepe zucht die van lichtjaren ver leek te komen.
’Maar wat had jij dan bedacht en overlegd, meester?’, vroeg Yorinde. ‘Dat kun je nu toch wel vertellen.’
’Tja… dat is denk ik wel goed. Nou, vooruit dan maar. Ik had met Sinterklaas afgesproken dat hij op een trike zou komen. De trike van de vader van Majorie. Die trike hebben jullie allemaal wel eens gezien, toch?’
Meester keek om zich heen en zag allemaal knikkende hoofden. Iedereen knikte, behalve Majorie. Ik zag het maar meester zag het niet.
’Die driewielende motorfiets dus. Daar zou Sinterklaas mee komen. Hij zou achterop de trike zitten, achter Majories vader. Ze zouden het schoolplein op komen scheuren, dan een rondje rijden en slippend vlak voor directeur Zwarfdreumer tot stilstand komen. Zo zou het gaan. Hij zou ook later dan half negen komen want we hadden afgesproken dat hij net zou doen of hij zich zou hebben verslapen.’
’Leuk bedacht, meester. Dan zouden de kinderen dus in spanning zitten of hij wel zou komen’, zei Gjalt.
’Yep, zo zou het gaan. Hij zou pas tegen kwart voor negen komen en directeur Zwarfdreumer en de anderen zouden wat zenuwachtig heen en weer lopen en mij vragend aan zouden zitten kijken. Ik zou dan natuurlijk net hebben gedaan dat ik van niets wist en dat ik niet wist waar hij bleef. Ik eeehhh… tjs… dusss… hhhmmm… ik zou dan om ongeveer tien over half negen zeggen dat eeehhh… ik niets had geregeld omdat ik dan zogenaamd zou hebben gedacht dat directeur Zwarfdreumer aan de beurt zou zijn geweest om te overleggen met Sinterklaas. Zoiets dus. Maar in plaats daarvan kwam Sinterklaas zo maar met de bus, valt struikelend van de laatste tree en wordt met een rolstoel naar binnen gereden. Hhhmmmpppfff… dusss…’
’Dat is niet leuk, meester’, zei Humphrey. ‘Maar stiekem toch wel een beetje. Sinterklaas die dus wat anders doet dan jij had afgesproken… ha!’
’Was het trouwens wel dezelfde Sinterklaas als vorig jaar, meester?’, vroeg Elle Mieke. Ze keek, terwijl ze de vraag stelde, naar Janke.
’Volgens mij niet’, zei Janke.
’Hoezo?’, vroeg meester.
’Nou, hij had een bril. Onze Sinterklaas had toch nooit een bril?’, vroeg ze.
’Misschien is hij kippig geworden’, zei meester.
’Daarom zag hij de onderste tree van de bus ook niet, natuurlijk’, lachte Henke.
We keken elkaar wat aan.
’Het leek wel of Sinterklaas ook wat minder groot was dan anders’, zei Jarig.
’Hoe ouder, hoe kleiner’, zei Gjalt droog.
We keken elkaar wat aan.
’Eeehhh, meester?’, vroeg Okki opeens.
We keken haar wat aan.
’Mijn moeder is toch zwarte piet?’, vroeg ze stilletjes.
’Ja, lijkt me wel. Wat zou ons Sinterklaasfeest zijn zonder jouw moeder als zwarte piet’, lachte meester eventjes.
’Nou eeehhh… mijn moeder is hier niet in school. Die fietsende zwarte pieten… mijn moeder was daar niet bij hoor.’
We keken elkaar wat aan.
Alsof het raadsel nog niet groot genoeg was deed Majorie ook nog een chocoladeduit in het zakje.
’Meester, mijn vader heeft echt zijn trike wel gepoetst en klaargezet vanmorgen hoor!’, zei ze kalm.
Meester keek haar verbaasd en verdwaasd aan. Hij wreef nog een keer over zijn kin en keek nog een keer, nog verbaasder en verdwaasder naar Majorie.
’Hoe lang bedenkt een leerkracht altijd die intocht, meester?’, vroeg Gjalt. ‘Ik bedoel, hoeveel jaar zit je normaal gesproken in die commissie?’
’Drie’, zei meester kort.
’Als ik me goed herinner, meester, dan had je het al drie jaar georganiseerd. Drie jaar terug met die auto-ambulance, twee jaar terug met die helikopter die niet kon landen en vorig jaar dat Sinterklaas in school in slaap was gevallen… Je hoefde het dit jaar volgens mij helemaal dus niet te organiseren’, zei Gjalt.
Meester Korneel draaide zich om en keek verschrikt naar de klok. Tien voor negen. Tegelijkertijd knetterde het diepe geluid van een pruttelende motor voor school langs. We hoorden de motor vaart minderen en wisten allemaal wat het betekende.
’Mijn vader’, fluisterde Majorie. ‘Op onze trike.’
Meester sloeg zich tegen zijn voorhoofd.
’Nee hè, heb ik weer’, riep hij. Meester Korneel rende het lokaal uit om te redden wat er te redden viel. We renden allemaal achter hem aan om te kijken wat hij zou doen om te redden wat er te redden viel. We bleven in de gang allemaal stokstijfstil staan.
Daar stond meester Korneel, naast directeur Zwarfdreumer. Daar stonden vier zwarte pieten elkaar een beetje bedremmeld aan te kijken. En daar stonden twee Sinterklazen. De busSinterklaas en de trikeSinterklaas. Ze schudden elkaar hartelijk de hand en begonnen opeens te lachen met bulderende Sinterklaaslachen. Mevrouw Krankheimer, de schoolschoonmaakster die op Sinterklaasdag ook altijd aanwezig is om iedereen chocolademelk te geven, rende van lokaal naar lokaal en zei tegen de juffen en de meesters dat ze de kinderen absoluut in de klas moesten houden. Ook wij werden ons eigen lokaal weer ingedreven door mevrouw Krankheimer.
Vijf minuten later kwam meester Korneel weer binnen.
’Directeur Zwarfdreumer was dit jaar de Sinterklaascommissie’, mompelde meester.
’Hij had een andere Sinterklaas gevonden omdat hij dacht dat die van mij niet meer kon… dusss…’
’En nu, meester?’, vroeg Henke.
’Twee Sinterklazen. Ze gaan om en om een klas in, met vier zwarte pieten… dusss…’
’Lachen, meester’, zei Okki bevelend. ‘Dit is pas humor!’
’Hmmm… je kon wel eens heel erg gelijk hebben… heb ik weer…’
Meester lachte wat zuinigjes.
’Gaan we nu onze cadeautjes uitpakken, meester?’, vroeg Henke. ‘Ik heb erg mijn best gedaan op mijn gedicht en de surprise.’
’Gedicht?’, schrok meester Korneel. ‘Surprise?’, zei hij daarna nog meer verschrikt.
We keken hem teleurgesteld aan. Toen begon hij breeduit te lachen.
’Grapje’, zei hij. ‘Laten we maar snel beginnen. Dit is toch al een dag vol surprises’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *